Satire X
(Satire, Latijns/Romeins, ca. 120 n.Chr., 366 regels)
Inleiding
“Satire X” (“Satura X”) is een verssatire van de Romeinse satirische dichter Juvenalis, geschreven rond 120 n.Chr. Het gedicht, soms bekend onder de titel “De IJdelheid der Menselijke Wensen”, is geschreven in schitterende en bijtende taal en neemt als onderwerp de ijdelheid van menselijke verlangens, met voorbeelden van hoe datgene wat we het meest wensen en waarvoor we bidden ons kan kwetsen of zelfs doden. Het is een van de bekendste van Juvenalis’ zestien “Satiren”, en tevens een van de meest onderhoudende en leerzame.
Samenvatting
Juvenalis begint met de opmerking dat er in de hele wereld maar weinigen zijn die goed van kwaad kunnen onderscheiden, en dat we paradoxaal genoeg altijd lijken te verlangen naar wat ons het meest zal schaden.
Zo houden veel mannen van geld, ondanks de neiging ervan ondergang en dood te brengen (zoals Longinus en Seneca tot hun schade ontdekten), terwijl de arme man geen reden heeft bang te zijn voor rovers of vergiftigde bekers. De wijzen van weleer, of ze nu altijd lachten of altijd weenden, leidden betere levens, en de filosoof Democritus zou ontzet zijn geweest als hij had gezien hoe een Romeinse praetor nu naar de spelen gaat.
Sommigen worden te gronde gericht door de zucht naar macht en de erelijsten, maar ambitie vernietigt vaak degenen die aan de macht vastklampen. Een treffend voorbeeld is dat van de eens zo verheven Sejanus, wiens standbeelden zijn neergehaald en die nu door het volk wordt gehaat, allemaal vanwege een brief van keizer Tiberius. Zou het niet beter en veiliger zijn, vraagt Juvenalis, het leven te leiden van een eenvoudige boerenpummel?
Terwijl jonge knapen misschien bidden om de welsprekendheid van Demosthenes of Cicero, was het juist hun welsprekendheid die deze voortreffelijke sprekers de das omdeed. Had Cicero alleen maar slechte poëzie geschreven, dan had hij misschien de punt van Antonius’ zwaard ontlopen, en had Demosthenes bij zijn smidse gebleven, dan had hij een wrede dood kunnen voorkomen.
Sommigen verlangen naar de eer en buit van de oorlog, maar uiteindelijk worden zulke eerbewijzen slechts gegraveerd op de muren van graven, die zelf zullen afbrokkelen en instorten. De dichter geeft de voorbeelden van Hannibal, Alexander en Xerxes en vraagt wat er nu nog van hen rest.
Sommige mannen bidden om een lang leven, maar oude mannen zijn een last voor zichzelf en hun vrienden, kennen geen genoegens en lijden aan allerlei kwalen en ziekten. Nestor, Priamus en Marius werden allen oud, maar alleen om te rouwen om hun kinderen of hun vaderland.
Moeders bidden vaak om schoonheid voor hun kinderen, maar kuisheid en schoonheid gaan zelden samen, en er zijn vele voorbeelden van schoonheid die tot tragedie leidde, zoals Hippolytus, Bellerophon en Silius.
Juvenalis concludeert dat het het beste is om het aan de goden over te laten hoe de zaken moeten lopen, en dat we alleen moeten vragen om een gezond lichaam en een gezonde geest, en moeten proberen een rustig leven van deugdzaamheid te leiden.
Analyse
Juvenalis wordt zestien bekende gedichten toegeschreven, verdeeld over vijf boeken, alle in het Romeinse genre van de satire, dat in zijn meest basale vorm in de tijd van de auteur een breed opgezette bespreking van de samenleving en maatschappelijke zeden omvatte, geschreven in dactylische hexameters. Romeinse vers- (in tegenstelling tot proza-) satire wordt vaak Luciliaanse satire genoemd, naar Lucilius die algemeen wordt beschouwd als de grondlegger van het genre.
In een toon en wijze variërend van ironie tot schijnbare woede bekritiseert Juvenalis de handelingen en overtuigingen van veel van zijn tijdgenoten, en biedt daarmee meer inzicht in waardensystemen en vragen over moraliteit dan in de werkelijkheid van het Romeinse dagelijks leven. De scènes in zijn tekst zijn zeer levendig, vaak schril, hoewel Juvenalis minder vaak openlijke obsceniteit gebruikt dan Martialis of Catullus.
Hij verwijst voortdurend naar de geschiedenis en de mythologie als bron van leerzame voorbeelden of modellen van specifieke ondeugden en deugden. Deze zijdelingse verwijzingen, gecombineerd met zijn compact en elliptisch Latijn, geven aan dat Juvenalis’ beoogde lezer de hoogopgeleide bovenlaag van de Romeinse elite was, voornamelijk volwassen mannen met een meer conservatieve maatschappelijke instelling.
Het hoofdthema van “Satire 10” betreft de talloze dingen waarvoor mensen onverstandig tot de goden bidden: rijkdom, macht, schoonheid, kinderen, een lang leven, enzovoort. Juvenalis betoogt dat elk van deze eigenlijk een vals goed is, en alleen goed zolang andere factoren niet ingrijpen. Het gedicht staat soms bekend onder de titel van Dr. Samuel Johnsons navolging uit 1749, “The Vanity of Human Wishes”, of soms als “De Vruchteloosheid der Aspiraties”.
Het gedicht (en de andere latere gedichten die Boeken 4 en 5 vormen) laat een verschuiving zien weg van de heftigheid en het venijn van sommige van zijn eerdere gedichten, en neemt de vorm aan van een soort these die Juvenalis met voorbeelden tracht te bewijzen, of zelfs een soort preek. De toon is sardonischer en berustender dan de bittere en bijtende “boze jonge man”-aanpak van zijn eerdere gedichten, en het is duidelijk het product van een rijper man die zaken niet meer in zulke scherpe zwart-wit termen ziet.
“Satire 10” is de bron van de bekende uitdrukkingen “mens sana in corpore sano” (“een gezonde geest in een gezond lichaam”, het enige goed dat werkelijk de moeite waard is om voor te bidden), en “panem et circenses” (“brood en spelen”, waarvan Juvenalis suggereert dat het de enige overgebleven zorgen zijn van een Romeins volk dat zijn geboorterecht van politieke vrijheid heeft opgegeven).
Bronnen
- Engelse vertaling door Niall Rudd (Google Books): https://books.google.ca/books?id=ngJemlYfB4MC&pg=PA86
- Latijnse versie (The Latin Library): http://www.thelatinlibrary.com/juvenal/10.shtml



