De Schone Onbekende
De Franse dichter Renaud de Beaujeu (of Renaut de Bâgé) schreef Le Bel Inconnu tussen 1185 en 1190. Het was het verhaal van Guinglain, de zoon van Gawain, die bekend stond als de “Schone Onbekende”.
Le Bel Inconnu was een typisch verhaal over een held die op zoek ging naar zijn identiteit en zijn avonturen in de Andere Wereld. Dit thema herhaalde zich vele malen in middeleeuwse verhalen. Lancelot (Prose Lancelot uit de Vulgaatcyclus, ca. 1227) en Perceval (Le Conte du Graal, ca. 1180) bevonden zich in een vergelijkbare situatie: opgevoed door vrouwen en onwetend van hun namen. Zij konden hun namen alleen ontdekken door bizarre avonturen te ondernemen. Zelfs Gawain verscheen in een verhaal waarin hij onwetend was van zijn eigen naam, totdat hij faam verwierf door een gevaarlijk avontuur (zoals de Opkomst van Gawain, ca. 1250).
Er zijn andere versies van de Schone Onbekende (Gawains zoon) waarin de held onder andere namen bekend stond.
De Schone Onbekende
Gawain slapte ooit met een fee genaamd Floree (Blanchemains of Ragnell), die een zoon genaamd Guinglain baarde. Hoewel zijn moeder hem opvoedde, noemde zij hem slechts “Schone Zoon”, zodat Guinglain opgroeide zonder zijn naam te kennen.
Toen hij oud genoeg was om de wapens op te nemen, verliet hij zijn moeder en arriveerde aan het hof van koning Arthur in Caerleon. De jongeman vroeg de koning om een gunst. Arthur willigde dit verzoek in, en diezelfde dag nog sloeg de koning de vreemdeling tot ridder. Toen Arthur naar zijn naam vroeg, deelde de jongeman mee dat hij zijn naam niet kende. Arthur besloot de naamloze ridder de Schone Onbekende (Bel Inconnu) te noemen.
Een jonkvrouw genaamd Helie arriveerde aan het hof en vroeg om hulp. Zij was gekomen namens Blonde Esmerée (de Schone Esmerée), de dochter van koning Gringas. Blonde Esmerée was de Koningin van Wales die door twee tovenaars in een slang was veranderd. Alleen een kus van een moedige ridder kon de betovering van Esmerée verbreken.
Guinglain vroeg Arthur om een nieuwe gunst; hij had besloten het avontuur aan te gaan om de betovering van Esmerée te verbreken. Arthur had geen keus dan de nieuwe ridder toe te staan deze gevaarlijke missie op zich te nemen.
Helie was ontstemd dat Arthur een onervaren ridder met haar had laten meegaan. Guinglain volgde Helie toen zij Arthurs hof verliet. Zij bejegende de nieuwe ridder herhaaldelijk met smadelijkheid, hoewel Guinglain onvermoeibaal hoffelijk jegens haar bleef. Guinglain bewees echter zijn waarde toen hij vijandelijke ridders bevocht en de jonkvrouw van reuzen redde. Inmiddels had Guinglain Helies respect verdiend.
Toen zij het Gouden Eiland bereikten (een andere Andere Wereld), moest Guinglain een ridder bevechten die met de schone vrouwe van het eiland wilde trouwen. Guinglain versloeg en doodde de ridder. Op het eiland ontmoette Guinglain La Pucelle, bekend als de Fée aux Blanches Mains (Fee van de Witte Handen), die in werkelijkheid een fee was. La Pucelle wilde met de jonge ridder trouwen, maar Helie herinnerde hem eraan dat hij de verplichting had haar koningin te helpen.
Zij verlieten het Gouden Eiland. Guinglain kwam bij de Woeste Stad van Senaudon. De held moest een verschijning en een ridder bevechten. Guinglain doodde de ridder. Een slang kwam naar hem toe en kuste de lippen van de held. Een onzichtbare stem onthulde dat de naam van de held Guinglain was, en tevens dat hij de zoon van Gawain was. De betovering werd verbroken en Esmerée kreeg haar menselijke gedaante terug.
De schone koningin wilde met de jonge ridder trouwen en bood hem het koninkrijk aan. Guinglain was echter nog steeds verliefd op La Pucelle. Hij keerde terug naar het Gouden Eiland en bleef enige tijd bij de vrouwe als haar minnaar.
Uiteindelijk keerde Guinglain echter terug naar de werkelijke wereld en trouwde met Blonde Esmerée.