Catullus 100 Vertaling
Inleiding In Catullus 100 spreekt de dichter over zijn vriend en rivaal, Caelius. Deze man had een verhouding met de geliefde van Catullus, Clodia/Lesbia. Historici geloven dat Caelius de plek van Catullus in Lesbia’s leven innam. Maar in gedicht 100 staat Lesbia niet centraal. In plaats daarvan zijn Caelius en Quintius “gek” op een broer en zus, Aufilenius en Aufilena. In dit gedicht worden alle vier de namen beschouwd als jonge mensen uit Verona.
In de eerste regel wil Caelius Aufilenus, de broer. En Quintius wil Aufilena, de zuster. In regel twee noemt Catullus hen de mooiste bloemen van Verona. Vervolgens spreekt hij in regel drie over een voor elke helft van het paar, wat een verwijzing naar de bloemen zou kunnen zijn.
Catullus verkondigt vervolgens hoe zoet broederschap is en hij verwijst naar een spreekwoord. In regel vijf vraagt Catullus op wie hij moet stemmen, maar hij zegt niet wat zijn opties zijn. Hij noemt Caelius en hun vriendschap, maar dat is het. Vermoedelijk is de andere optie Quintius. Catullus waardeerde de vriendschap die Caelius hem betoonde en noemde die uniek. Vervolgens spreekt hij in regel zeven over hoe de vlam zijn ingewanden verschroeide — wat een metafoor voor zijn liefde voor Lesbia zou kunnen zijn. Daarna wenst hij Caelius succes in de laatste regel van het gedicht.
Als Caelius succes heeft met Aufilenus, dan zal hij niet langer zijn bed delen met Lesbia. Dat zou haar terug kunnen leiden naar Catullus. Dit zou het uiteindelijke doel kunnen zijn van Catullus’ wens dat Caelius succes heeft met zijn nieuwe liefdesbelang. De grote vraag betreft het spreekwoord, aangezien Catullus niet deelt welk het is. De verwijzing naar verschroeide ingewanden zou ook een verwijzing kunnen zijn naar hoe Caelius Catullus’ kansen bij Lesbia heeft verbrand, aangezien Caelius haar afnam. Met wat meer informatie zou de toon en het doel van dit gedicht gemakkelijker te doorgronden zijn. Verder lijkt de dichter dankbaar te zijn dat Caelius een nieuwe liefdesinteresse heeft.
Carmen 100
| Regel | Latijnse tekst | Nederlandse vertaling |
|---|---|---|
| 1 | CAELIVS Aufillenum et Quintius Aufillenam | CAELIUS is gek op Aufilenus en Quintius op Aufilena, |
| 2 | flos Veronensum depereunt iuuenum, | beiden de mooiste bloem van Verona’s jeugd, |
| 3 | hic fratrem, ille sororem. hoc est, quod dicitur, illud | de een op de broer, de ander op de zuster. |
| 4 | fraternum uere dulce sodalicium. | Hier is de zoete broederschap uit het spreekwoord! |
| 5 | cui faueam potius? Caeli, tibi: nam tua nobis | Op wie zal ik stemmen? Op jou, Caelius; jouw vriendschap jegens mij |
| 6 | perspecta ex igni est unica amicitia, | was voortreffelijk bewezen — ze was uniek! |
| 7 | cum uesana meas torreret flamma medullas. | toen een waanzinnige vlam mijn ingewanden verschroeide. |
| 8 | sis felix, Caeli, sis in amore potens. | Veel geluk, Caelius! Succes in de liefde! |
