Catullus 2 Vertaling
Inleiding
In Catullus 2 schrijft de dichter over zijn geliefde, Lesbia, en haar huismus. Hij richt zich op hoe de vogel in Lesbia’s schoot zit en speelt wanneer zij daar behoefte aan voelt. Lesbia speelt niet alleen met de vogel, ze plaagt hem ook met haar vinger. In regel 3 geeft Lesbia de vogel haar vingertop om aan te pikken, maar de vogel bijt er scherp in, zoals vermeld in regel 4.
Catullus gebruikt het speelse moment met de vogel als een manier om uit te leggen hoezeer hij met Lesbia wil spelen. In regels 7 en 8 zegt hij dat hij hoopt dat zij verlichting zoekt van de pijn van de vogelbeten door zich tot hem te wenden. Dan kan hij met haar spelen zoals zij met de vogel speelt. In regel 10 zegt Catullus dat spelen met Lesbia “de sombere zorgen van mijn hart verlicht!”
In de laatste drie regels van het gedicht schrijft Catullus over hoe spelen met Lesbia hem even welkom is als de gouden appel voor de maagd die haar gordel losmaakte nadat deze te lang vast had gezeten. Het klinkt alsof Catullus geen verlichting heeft kunnen vinden van de stress van zijn leven. Hij heeft tijd met Lesbia nodig om de druk te verlichten en, figuurlijk gesproken, zijn last te verlichten.
Een mus is geen goed huisdier, want het beantwoordt de liefde die Lesbia geeft niet. Aangezien Catullus de expert was in dubbele betekenissen, zou hij een seksuele toespeling met de vogel kunnen maken. Voor Catullus zou de vogel - die in de schoot zit, pikt en bijt - een verwijzing naar een geslachtsorgaan kunnen zijn, van hemzelf of van Lesbia. Catullus wil duidelijk tijd doorbrengen met Lesbia op een romantische en speelse manier. Hij noemt haar “de stralende dame van mijn liefde” wat laat zien hoeveel hij van haar houdt.
Carmen 2
| Regel | Latijnse tekst | Nederlandse vertaling |
|---|---|---|
| 1 | Passer, deliciae meae puellae, | Musje, lieveling van mijn meisje, |
| 2 | quicum ludere, quem in sinu tenere, | waarmee zij vaak speelt terwijl zij je in haar schoot houdt, |
| 3 | cui primum digitum dare appetenti | aan wie zij haar vingertop geeft om te pikken en |
| 4 | et acris solet incitare morsus, | uitlokt om scherp te bijten, |
| 5 | cum desiderio meo nitenti | wanneer zij, de stralende dame van mijn liefde, |
| 6 | carum nescio quid lubet iocari | zin heeft in een of ander lief en aardig spel, |
| 7 | et solaciolum sui doloris, | in de hoop, denk ik, dat wanneer de scherpste steek van liefde afneemt, |
| 8 | credo ut tum grauis acquiescat ardor: | zij enige verlichting vindt van haar pijn — |
| 9 | tecum ludere sicut ipsa possem | ach, kon ik maar met je spelen zoals zij doet, |
| 10 | et tristis animi leuare curas! | en de sombere zorgen van mijn hart verlichten! |
| 11 | TAM gratum est mihi quam ferunt puellae | Dit is mij even welkom als (zo zegt men) |
| 12 | pernici aureolum fuisse malum, | de gouden appel was voor de snelle maagd, |
| 13 | quod zonam soluit diu ligatam. | die haar gordel losmaakte die te lang vastgebonden zat. |
