1. Home
  2. Klassieke Literatuur
  3. Rome
  4. Catullus
  5. Catullus Vertalingen
  6. Catullus 24 Vertaling

Catullus 24 Vertaling

Classical

Inleiding

In dit gedicht spreekt Catullus tot de bloem der Juventii of diens familie. De lezer weet niet of de bloem een man of vrouw is, maar deze persoon wordt duidelijk het hof gemaakt door Juventius. Echter, wanneer de naam wordt gespeld als Juventii, verwijst Catullus naar een familienaam in plaats van naar een persoon.

De bloem der Juventii zou Juventius kunnen zijn, die een van Catullus’ mannelijke minnaars was. In Catullus’ ogen was Juventius een mooie man die zijn liefde waard was. In de eerste regel verwijst Catullus naar de bloem van de familie. In regels twee en drie deelt Catullus mee dat deze persoon de beste van de familie is, nu en later. Ongeacht wie er later geboren wordt, zegt Catullus dat hij liever zou zien dat hij de rijkdom van Midas schenkt aan iemand die geen bedienden of geld heeft, dan dat hij zich laat beminnen door een of andere kerel.

In regel zeven spreekt Catullus alsof hij Juventius is, en vraagt of de andere man er goed uitziet. Catullus beantwoordt de vraag met een volmondig ja. Catullus vertelt de bloem vervolgens dat de andere man geen bediende en geen geld heeft. In regel negen zegt Catullus dat de bloem wellicht licht denkt over de armoede van deze man. In regel 10 herinnert Catullus de bloem eraan dat de man geen bediende en geen geld heeft.

In het oude Rome was het hebben van geld en bedienden belangrijk - in ieder geval voor Catullus. Aangezien de bloem van de Juventiusfamilie uit een welgesteld milieu kwam, zou hij geen genoegen moeten nemen met iemand die geen geld of bedienden heeft. Als iemand die geld heeft, beschouwt Catullus zijn status als iets van waarde - vooral voor iemand van wie hij houdt. Catullus schrijft echter ook gedichten waaruit blijkt dat hij in armoede leeft, maar zijn armoede is niet van geldelijke aard. Zijn armoede komt voort uit mensen die de liefde die hij geeft niet beantwoorden.

Armoede, net als honger en seksuele verlangens, moet bevredigd worden. Voor Catullus was het hebben van een seksueel verlangen als armoede lijden. Wanneer het verlangen er was, was hij behoeftig. In Catullus 24 probeert de dichter te laten zien hoe een andere persoon niet heeft wat Juventius nodig heeft. Dus moet de man elders zoeken. Catullus vertelt hem dat hij liever zou zien dat hij zijn rijkdommen schenkt aan iemand die al rijk is - zoals Midas, in plaats van aan deze andere man die geen rijkdommen bezit. Helaas mist dit gedicht de speelse toon die veel van zijn andere gedichten kenmerkt. In plaats daarvan bevat het onnodige herhaling over het ontbreken van bedienden en geldkisten.

Carmen 24

RegelLatijnse tekstNederlandse vertaling
1O qui flosculus es Iuuentiorum, Jij die de bloem bent der Juventii,
2non horum modo, sed quot aut fuerunt niet alleen van hen die wij kennen, maar van allen die er zijn geweest
3aut posthac aliis erunt in annis, of hierna nog zullen zijn in andere jaren,
4mallem diuitias Midae dedisses liever had ik gezien dat je de rijkdom van Midas had geschonken
5isti, cui neque seruus est neque arca, aan die kerel die geen bediende heeft noch een geldkist,
6quam sic te sineres ab illo amari. dan dat je je zo door hem zou laten beminnen.
7’qui? non est homo bellus?’ inquies. est: “Wat? Is hij niet een knappe man?” zul je zeggen. O, jawel;
8sed bello huic neque seruus est neque arca. maar deze knappe man heeft noch een bediende, noch een geldkist.
9hoc tu quam lubet abice eleuaque: Je mag dit terzijde schuiven en er zo licht over denken als je wilt:
10nec seruum tamen ille habet neque arcam.desondanks heeft hij noch een bediende, noch een geldkist.

Bronnen

VRoma Project

Aangemaakt:1 januari 2025

Gewijzigd:26 oktober 2024