Catullus 32 Vertaling
Inleiding
Catullus 32 gaat helemaal over seks met een vrouw genaamd Ipsitilla. Catullus vertelt hoe hij “op het middaguur bij haar wil rusten” en “negen onafgebroken vrijpartijen” wil hebben. Hij smeekt haar, bezweert haar om dit met hem te doen.
Het gedicht staat vol seksuele toespelingen, waarin hij Ipsitilla beschouwt als een deur of een paneel van een drempel. Hij wil meteen komen, door de deur heen. Dit zijn toespelingen die laten zien dat hij haar wil penetreren en bevredigd wil worden door geslachtsgemeenschap. Hij is zo opgewonden over Ipsitilla en hun ontmoeting dat hij vertelt hoe hij een gat boort door zijn tuniek en mantel. Met andere woorden: zijn erectie moet duidelijk zichtbaar zijn.
Dit eigenaardige gedichtje heeft een paar subtiliteiten die gemakkelijk te missen zijn. Hij ligt op zijn rug, wat niet past bij het idee van boren. Hij is zeker niet saai. In plaats daarvan is zijn erectie klaar om te boren, wat een gewelddadige manier is om seks te beschrijven. Maar hij ligt op zijn rug, wat passief is en het tegenovergestelde van boren.
Een andere subtiliteit is dat hij haar verzoekt bij hem te rusten. Dit is een woordspel op het idee van “samen slapen” als term voor seks. Hij is enigszins beledigend in de manier waarop hij zijn verlangens naar Ipsitilla uit.
Ipsitilla is ook een ongebruikelijke naamkeuze. Geleerden hebben intensief onderzoek gedaan naar de oorsprong van haar naam. In sommige verklaringen vragen geleerden zich af of de naam een verband heeft met een houtworm, en zo vertalen sommigen ook Catullus’ beschrijving van zijn erectie die door zijn mantel prikt. Als haar naam inderdaad “houtworm” betekent, dan verwacht Catullus door haar heen te boren, zoals een worm door hout boort. Interessant genoeg zou de deur die Catullus in het gedicht noemt hoogstwaarschijnlijk ook van hout zijn gemaakt.
Catullus maakt zich zorgen dat Ipsitilla zou kunnen vertrekken voordat hij erin slaagt het kunststuk van negen vrijpartijen te volbrengen. Zijn bezorgdheid lijkt niet overeen te komen met zijn liggende positie. Catullus laat in andere gedichten zien dat hij zich niet altijd op zijn gemak voelt bij vrouwen. Dit gedicht toont dat hij duidelijk geniet van seks en zichzelf ziet als iemand met een krachtig lid, maar het feit dat hij achterover op zijn rug ligt, suggereert dat hij misschien niet weet hoe hij zijn kracht moet tonen.
Carmen 32
| Regel | Latijnse tekst | Nederlandse vertaling |
|---|---|---|
| 1 | AMABO, mea dulcis Ipsitilla, | Ik smeek je, mijn zoete Ipsitilla, |
| 2 | meae deliciae, mei lepores, | mijn lieveling, mijn bekoorlijke, |
| 3 | iube ad te ueniam meridiatum. | nodig mij uit om op het middaguur bij je te komen rusten. |
| 4 | et si iusseris, illud adiuuato, | En als je mij uitnodigt, gun mij dan ook deze gunst, |
| 5 | ne quis liminis obseret tabellam, | dat niemand het paneel van je drempel vergrendelt, |
| 6 | neu tibi lubeat foras abire, | en dat jijzelf geen zin krijgt om weg te gaan, |
| 7 | sed domi maneas paresque nobis | maar thuisblijft en voor ons voorbereidt |
| 8 | nouem continuas fututiones. | negen onafgebroken vrijpartijen. |
| 9 | uerum si quid ages, statim iubeto: | Maar als je wilt, nodig mij dan meteen uit: |
| 10 | nam pransus iaceo et satur supinus | want ik lig hier na de lunch, vol en op mijn rug, |
| 11 | pertundo tunicamque palliumque. | en boor een gat door mijn tuniek en mantel. |
