Catullus 43 Vertaling
Inleiding
Dit gedicht zou een inspiratiebron kunnen zijn geweest voor Shakespeares sonnet dat bekend staat als “My Mistress’s Eyes are Nothing Like the Sun.” In de eerdere versie van Catullus gebruikt hij zijn verzen om een vrouw te bekritiseren die verre van mooi is. Deze vrouw is de minnares van een man die Catullus haat: Mamurra. Aangezien Catullus deze man niet mag, zou hij automatisch elke vrouw afkeuren die een seksuele relatie met hem had.
In regel één begroet Catullus haar, maar noemt haar naam niet. In een ander gedicht vermeldt Catullus haar naam wel: Ameana. Terwijl hij haar begroet, merkt hij op dat zij geen klein neusje heeft. Hij vervolgt zijn kritiek op haar uiterlijk in regel twee en drie, waar hij verwijst naar het ontbreken van mooie voeten, donkere ogen, lange vingers en een droge mond. Dit vertelt de lezers dat onwenselijke eigenschappen bij vrouwen onder meer grote neuzen, lelijke voeten, lichte ogen, korte vingers en vochtige monden omvatten. In regel vier bekritiseert hij haar manier van spreken en dat zij geen verfijnde tong heeft - zij moet op een vulgaire manier hebben gesproken.
Vervolgens, in regel vijf, maakt hij zijn verwijzing naar Mamurra door hem “de bankroetier uit Formiae” te noemen, wat de naam was van het stadje waar hij een landgoed had. In andere gedichten vertelt Catullus dat Mamurra niet in staat was om geld te verdienen met zijn landgoed, ondanks vruchtbare gronden en genoeg dieren. Hij dreef het landgoed tot een bankroet.
In regel zes en zeven stelt Catullus vragen over wat de stadsbewoners van Ameana vinden. De provincie vertelt ons dat zij mooi is. Catullus vraagt zich af of Ameana wordt vergeleken met zijn geliefde, Lesbia. Vervolgens klaagt Catullus over hoe het huidige tijdperk geen idee heeft van wat schoonheid is, terwijl hij de mensen “smakeloos en onbeschaafd” noemt. Dit meisje werd met Lesbia vergeleken, wat aantoont hoe mooi zij was in haar hoogtijdagen. Maar in de ogen van Catullus is Ameana verre van mooi, vooral in vergelijking met Lesbia.
Catullus was een meester in het spelen met woorden om zijn punt op creatieve wijze te bewijzen. Hij gebruikt de ontkenning in meerdere regels om echt te laten zien hoe onfortuinlijk Ameana eruitzag. Hij gebruikt ook Formiae om haar gebrek aan schoonheid te benadrukken. Ja, Mamurra kwam daar vandaan, maar het Latijnse woord “formosa” betekent mooi. Zij is de minnares van een bankroete of waardeloze schoonheid, waarmee wordt aangetoond dat zij helemaal geen schoonheid bezit.
Carmen 43
| Regel | Latijnse tekst | Nederlandse vertaling |
|---|---|---|
| 1 | SALVE, nec minimo puella naso | Gegroet, dame, gij die noch een klein neusje hebt, |
| 2 | nec bello pede nec nigris ocellis | noch een mooi voetje, noch donkere ogen, |
| 3 | nec longis digitis nec ore sicco | noch lange vingers, noch een droge mond, |
| 4 | nec sane nimis elegante lingua, | noch waarlijk een erg verfijnde tong, |
| 5 | decoctoris amica Formiani. | gij minnares van de bankroetier uit Formiae. |
| 6 | ten prouincia narrat esse bellam? | Zijt gij het die mooi is, naar de provincie ons vertelt? |
| 7 | tecum Lesbia nostra comparatur? | Wordt onze Lesbia met u vergeleken? |
| 8 | o saeclum insapiens et infacetum! | O, dit tijdperk! Hoe smakeloos en onbeschaafd is het! |
