Catullus 45 Vertaling
Inleiding
Het verhaal van Acme en Septimius is er een van ware liefde. In dit gedicht van Catullus vertelt Septimius aan Acme dat hij wanhopig veel van haar houdt. Om te bewijzen hoezeer hij van haar houdt, zegt hij dat als hij niet zijn hele leven van haar zou kunnen houden, hij een leeuw wil ontmoeten zodat hij in diens klauwen kan sterven in Libye of India.
Catullus spreekt vervolgens over de Liefde, als eigennaam. Dit is hoogstwaarschijnlijk een verwijzing naar Cupido. De Liefde zit aan de linkerkant en niest welwillendheid. Direct na de nies buigt Acme haar hoofd achterover en vertelt Septimius met ogen vol liefde dat zij van hem houdt tot “de vlam diep in mijn smeltend merg.” Zij vraagt ook dat zij slechts een meester dienen (hoogstwaarschijnlijk de Liefde).
Dan verplaatst de Liefde zich naar rechts en niest nog meer welwillendheid naar het paar. Catullus vertelt vervolgens dat zij hart aan hart leven en alleen van elkaar houden. Septimius houdt alleen van Acme, en Acme is hem trouw toegewijd.
Om dit liefelijke gedicht af te sluiten, stelt Catullus twee vragen: “Wie heeft ooit gelukkiger mensen gezien?” en “Wie heeft ooit een fortuinlijker liefde gezien?” Catullus verwacht wellicht dat zijn lezers de vragen niet kunnen beantwoorden. Hij hoopt misschien ook dat hij en Lesbia ooit het antwoord op die vragen kunnen zijn.
Dit is een eenvoudig gedicht, maar er schuilt enige ironie in. De eenvoud past niet bij de complexiteit van de liefde. Hoewel Catullus de vragen aan het einde gebruikte, is de vraag die lezers zouden moeten stellen of zij werkelijk van elkaar houden, of dat hun liefde wordt gestuurd door de niezen van Cupido. Zij zijn werkelijk gezegend door Cupido en zij hebben het geluk dat Cupido links en rechts zat. Zij zijn misschien niet gezegend met echte liefde, maar zij werden gezegend door de goden.
De liefde tussen Acme en Septimius is vol passie, maar is er ook onvoorwaardelijke liefde? Wanneer Catullus over Lesbia schreef, richtte hij zich op hoe hij meer dan passie met haar wilde hebben. Hij wilde liefde zonder grenzen. Het is moeilijk te geloven dat de idyllische liefde tussen Acme en Septimius het type liefde is dat hij met Lesbia wenst. Het kan duren, maar de liefde gaat niet diep.
Carmen 45
| Regel | Latijnse tekst | Nederlandse vertaling |
|---|---|---|
| 1 | ACMEN Septimius suos amores | Septimius, die in zijn armen houdt |
| 2 | tenens in gremio ‘mea’ inquit ‘Acme, | zijn lieve Acme, zegt: “Mijn Acme, |
| 3 | ni te perdite amo atque amare porro | als ik niet wanhopig van je houd, en als ik niet bereid ben |
| 4 | omnes sum assidue paratus annos, | om van je te blijven houden, al mijn jaren door, |
| 5 | quantum qui pote plurimum perire, | zo hevig en zo radeloos als de radeloosste minnaar, |
| 6 | solus in Libya Indiaque tosta | moge ik dan in Libye of het zongeblakerde India |
| 7 | caesio ueniam obuius leoni.‘ | alleen een groenogige leeuw ontmoeten.” |
| 8 | hoc ut dixit, Amor sinistra ut ante | Toen hij dit zei, nieste de Liefde links, |
| 9 | dextra sternuit approbationem. | zoals eerder rechts, zijn welwillendheid. |
| 10 | at Acme leuiter caput reflectens | Toen boog Acme, licht haar hoofd achterover buigend, |
| 11 | et dulcis pueri ebrios ocellos | en kuste met die rozenrode mond |
| 12 | illo purpureo ore suauiata, | de dronken ogen van haar lief, |
| 13 | ’sic’ inquit ‘mea uita Septimille, | en sprak: “Zo, mijn leven, mijn lieve Septimius, |
| 14 | huic uni domino usque seruiamus, | mogen wij steeds deze ene meester dienen, |
| 15 | ut multo mihi maior acriorque | zoals (ik zweer het) sterker en feller in mij brandt |
| 16 | ignis mollibus ardet in medullis.‘ | de vlam diep in mijn smeltend merg.” |
| 17 | hoc ut dixit, Amor sinistra ut ante | Toen zij dit zei, nieste de Liefde, zoals eerder links, |
| 18 | dextra sternuit approbationem. | nu rechts zijn welwillendheid. |
| 19 | nunc ab auspicio bono profecti | En nu, vertrekkend onder een goed voorteken, |
| 20 | mutuis animis amant amantur. | leven zij hart aan hart, beminnend en bemind. |
| 21 | unam Septimius misellus Acmen | De arme Septimius verkiest Acme alleen |
| 22 | mauult quam Syrias Britanniasque: | boven heel Syrie en Britannie. |
| 23 | uno in Septimio fidelis Acme | In Septimius, hem alleen, vindt de trouwe Acme |
| 24 | facit delicias libidinisque. | al haar genoegens en verlangens. |
| 25 | quis ullos homines beatiores | Wie heeft ooit gelukkiger mensen gezien? |
| 26 | uidit, quis Venerem auspicatiorem? | Wie heeft ooit een fortuinlijker liefde gezien? |
