1. Home
  2. Klassieke Literatuur
  3. Rome
  4. Catullus
  5. Catullus Vertalingen
  6. Catullus 53 Vertaling

Catullus 53 Vertaling

Classical

Inleiding

Catullus 53 gaat over een man die de dichter aan het lachen maakte. De dichter lachte omdat een man Calvus bespotte, die Vatinius beschuldigde. De man noemde Calvus een mannetje, wat een persoon van zeer geringe lengte is.

In de eerste regel van het gedicht deelt Catullus de lezer mee dat een man in de menigte hem aan het lachen maakte. Catullus gebruikt het woord “kerel”, wat betekent dat Catullus zelf ook in de menigte stond en naar Calvus luisterde. In regel twee verwijst Catullus naar zijn “lieve Calvus” en vertelt hoe zijn vriend “in schitterende stijl” sprak. In regel drie leren we dat de rede die Calvus hield beschuldigingen bevatte tegen Vatinius, die een goede vriend van Caesar was. Zowel Catullus als Calvus hadden een hekel aan Caesar, alsook aan de mensen uit zijn naaste kring.

In regel vier reageert de man op Calvus’ woorden door zijn handen op te heffen in een gebaar van verwondering. In regel vijf maakt de man een opmerking over Calvus’ geringe lengte, maar diens welsprekende manier van spreken. Calvus stond bekend als een dichter en spreker die daadwerkelijk een rede hield tegen Vatinius, maar de vriend van Caesar werd in een andere rede door Cicero vrijgesproken.

Als dichter stond Calvus het meest bekend om het schrijven van verzen die Caesar en zijn homoseksuele relaties met de koning van Bithynie bespotten. Calvus beschuldigde Caesar in zijn poezie ook van een affaire met Pompeius. Catullus schreef vier gedichten over zijn vriend.

In Catullus 53 krijgen we een glimp van het gevoel voor humor van de dichter en hoe op zijn gemak hij was bij zijn vriend. Tegenwoordig nemen mannen vaak kleine steekjes naar de zwakheden van hun vrienden, en dit gedicht laat ons zien dat die gewoonte teruggaat tot de oudheid. Natuurlijk zouden mensen elkaar plagen met hun lengte, of het gebrek daaraan. Mensen uit die tijd zouden deze opmerking over de welsprekende kleine man herkend hebben uit Vatinius’ reactie op zijn beschuldiging, aangezien hij zijn welsprekendheid gebruikte om aan de beschuldiging te ontkomen.

Catullus wijst op de ironie dat een kleine man welsprekend kan zijn, vooral omdat Calvus de verwachtingen van de man in het publiek tartte. De briljantie van dit gedicht schuilt in het gebruik van een Latijns woord: salaputium. Dit is een vreemd woord waarover geleerden al jaren debatteren. De meesten zijn het erover eens dat het woord “kleine man” of “mannetje” betekent, maar het woord komt niet in veel andere antieke teksten voor. Het kiezen van een woord met zoveel lettergrepen maakt het moeilijk om het lyrische hendecasyllabische metrum te handhaven.

Carmen 53

RegelLatijnse tekstNederlandse vertaling
1RISI nescio quem modo e corona,Een kerel in de menigte deed mij zojuist lachen:
2qui, cum mirifice Vatinianatoen mijn lieve Calvus in schitterende stijl
3meus crimina Caluos explicassetzijn beschuldigingen tegen Vatinius had uiteengezet,
4admirans ait haec manusque tollens,hief hij vol verwondering zijn handen op, en
5’di magni, salaputium disertum!’”Grote goden,” zei hij, “wat een welsprekend mannetje!”

Bronnen

VRoma Project

Aangemaakt:1 januari 2025

Gewijzigd:27 oktober 2024