Catullus 56 Vertaling
Inleiding
In dit gedicht spreekt Catullus met zijn vriend Cato over een vreemd schouwspel. In de regels een en twee richt Catullus zich rechtstreeks tot Cato om hem te vertellen over iets grappigs en absurds dat hem zal doen lachen. In regel drie herhaalt hij dat Cato zo hard zal lachen als hij van Catullus houdt. Vervolgens herhaalt hij in regel vier hoe absurd en grappig de zaak is.
In regel vijf onthult Catullus het grappige voorval: dat een jonge knaap en een meisje gemeenschap hadden. Catullus besluit het gedicht met de mededeling dat hij de godin Diona wilde behagen door de jongen aan te vallen met zijn “stijve ding” alsof het een speer was.
Na het lezen van de uitdrukking “stijve ding” in de laatste regel van het gedicht, is er reden om terug te kijken naar de andere verwijzingen naar “ding” in het gedicht. Verwees Catullus de hele tijd naar zijn penis? Was dat het stijve ding dat hij zo grappig vond? Of was het grappige om een jonge knaap seks te zien hebben? Het komische element zou ook kunnen zijn dat nadat de jongen klaar was met het meisje, Catullus vervolgens gemeenschap met hem had, hem aanvallend met zijn stijve ding en het als een speer gebruikend.
De Cato aan wie Catullus zich richt, zou Cato de Jongere kunnen zijn, een redenaar die zich kandidaat stelde voor een ambt en verloor. Hij was politiek actief tijdens Catullus’ leven en was geen bewonderaar van Caesar — net als Catullus. Cato pleegde een zelfmoordpoging omdat hij niet wilde leven in een wereld met Caesar aan het roer. Cato stak zichzelf met zijn eigen zwaard, maar de poging mislukte. Uiteindelijk stierf hij aan bloedverlies en doordat hij zijn eigen ingewanden uitsneed. Het was een gruwelijke dood die niet snel kwam. Aangezien Catullus Cato waardeerde om zijn politieke standpunt tegen Caesar, is het onwaarschijnlijk dat Catullus dit gedicht schreef als reactie op Cato’s mislukte zelfmoordpoging.
Carmen 56
| Regel | Latijnse tekst | Nederlandse vertaling |
|---|---|---|
| 1 | O REM ridiculam, Cato, et iocosam, | O Cato, wat een absurd grappig voorval, |
| 2 | dignamque auribus et tuo cachinno! | het waard om aan te horen en om te lachen! |
| 3 | ride quidquid amas, Cato, Catullum: | Lach, Cato, zoveel als je van Catullus houdt. |
| 4 | res est ridicula et nimis iocosa. | De zaak is te absurd en grappig. |
| 5 | deprendi modo pupulum puellae | Ik betrapte zojuist een jonge knaap die een meisje bestootte: |
| 6 | trusantem; hunc ego, si placet Dionae, | moge het Diona behagen, ik viel hem aan |
| 7 | pro telo rigida mea cecidi. | met mijn stijve ding, als ware het een speer. |
