Catullus 84 Vertaling
Inleiding
In Catullus 84 bespot de dichter een man genaamd Arrius, die een aanblazing toevoegt aan zijn woorden. Tijdens het leven van Catullus was het populair dat jonge mannen op de Griekse manier studeerden. Wanneer ze bij Grieken studeerden, namen jonge mannen vocale affectaties over, zoals het toevoegen van aanblazingen waar ze maar konden. Het is duidelijk in Catullus 83 dat de dichter dit gedrag niet aantrekkelijk vond.
In dit korte gedicht, dat de schunnigheid van een limerick heeft maar niet het ritme en rijm, denkt Arrius dat hij goed spreekt. In plaats van “winsten” zegt hij “hwinsten” of “hinderlaag” wordt “hhinderlaag.” Volgens de moeder van Arrius had hij deze extra aanblazing opgepikt van zijn oom, grootvader en grootmoeder.
Catullus bespot Arrius nog verder door te vermelden dat zijn oom “de vrijgelatene” was, wat betekent dat hij ooit een slaaf was. Aangezien Rome een maatschappij met duidelijke klassen was, moet Arrius niet uit een patriciërsfamilie zijn gekomen. Dit maakt zijn affectatie een poging om meer te zijn dan hij was.
Maar in ware Catullus-stijl voegt de dichter een humoristische wending toe. In regel zeven werd Arrius naar Syrië gestuurd, waardoor Romeinse oren vakantie kregen van de aanblazing. In plaats daarvan hoorden ze lettergrepen licht en zacht uitgesproken. De humoristische wendingen gingen door in de laatste twee regels van het gedicht: er arriveerde een bericht uit Syrië dat de Ionische kust voortaan “Hionisch” zou heten. Het lijkt erop dat Arrius zijn stempel had gedrukt op de Syriërs.
Catullus was zo geraffineerd dat hij zelfs een grap maakte zonder die ooit in het gedicht neer te schrijven. Denk eens aan de naam van de antagonist in het gedicht, Arrius. Als Arrius zijn eigen naam zou uitspreken, zou het “Harrius” zijn — wat verdacht veel klinkt als “Harige Aars.” Hoewel baarden in de mode waren voor mannen, was haar op de rest van het lichaam dat niet. Arrius was, zowel in naam als in vulgaire stijl, volkomen onaantrekkelijk. Zelfs homoseksuele mannen in Rome zouden niet aangetrokken zijn geweest tot een harige aars.
Carmen 84
| Regel | Latijnse tekst | Nederlandse vertaling |
|---|---|---|
| 1 | CHOMMODA dicebat, si quando commoda uellet | ARRIUS, als hij “winsten” wilde zeggen, zei altijd “hwinsten”, |
| 2 | dicere, et insidias Arrius hinsidias, | en voor “hinderlaag” zei hij “hhinderlaag”; |
| 3 | et tum mirifice sperabat se esse locutum, | en hij dacht dat hij wonderbaarlijk goed had gesproken, |
| 4 | cum quantum poterat dixerat hinsidias. | telkens als hij “hhinderlaag” met zoveel mogelijk nadruk had gezegd. |
| 5 | credo, sic mater, sic liber auunculus eius. | Zo sprak ongetwijfeld zijn moeder, zo zijn oom de vrijgelatene, |
| 6 | sic maternus auus dixerat atque auia. | zo zijn grootvader en grootmoeder van moederszijde. |
| 7 | hoc misso in Syriam requierant omnibus aures | Toen hij naar Syrië werd gestuurd, hadden al onze oren vakantie; |
| 8 | audibant eadem haec leniter et leuiter, | ze hoorden dezelfde lettergrepen zacht en licht uitgesproken, |
| 9 | nec sibi postilla metuebant talia uerba, | en hadden geen angst meer voor zulke woorden in de toekomst: |
| 10 | cum subito affertur nuntius horribilis, | toen plotseling een vreselijk bericht arriveerde, |
| 11 | Ionios fluctus, postquam illuc Arrius isset, | dat de Ionische golven, sinds Arrius daar was aangekomen, |
| 12 | iam non Ionios esse sed Hionios | voortaan niet meer “Ionisch” heten, maar “Hionisch.” |
