Elves

Norse

De elfen werden ook álfar genoemd. De elfen waren een ras van mythische wezens die in zekere zin lagere godheden waren. Zij waren niet precies goden in de gebruikelijke betekenis, maar zij bezaten wel bijzondere krachten. Zij leken op Romeinse huisgoden zoals de Penaten en Lares, waarbij mensen tot hen baden om hun huis en huishouden te beschermen.

Mensen baden ook tot de elfen voor genezing, zoals het geval was voor Kormak in de Kormaks Saga (13e eeuw). Kormak verwondde Thorvard. De heks Thordis adviseerde Thorvard de elfen hem te laten genezen, dus offerde hij een stier bij de elfenheuvel. Hij slachtte eerst de stier, besprenkelde vervolgens het bloed rond de heuvel en bereidde daarna het vlees zodat de elfen ervan konden smullen. Het offer stond bekend als álfablót of “elfenoffer”.

Er zijn enkele verspreide verwijzingen naar elfen in de Poetische Edda, maar hun rollen in de Noorse mythen waren op zijn best minimaal. Snorri Sturluson vermeldde hoe de goden een wereld schiepen waarin de elfen zouden leven, en het verschil tussen de lichtelfen (ljósálfar) en donkere elfen (dokkálfar) of zwarte elfen (svartálfar), maar niets over individuele elfen.

Wat we wel weten is dat de elfen of lichtelfen leefden in een van de Negen Werelden genaamd Alfheim. De Vanir-god Freyr had zijn paleis en hal in Alfheim, waar hij als hun god heerste. Er werd gezegd dat de goden Alfheim aan Freyr gaven als betaling voor het verlies van zijn tand.

…Alfheim gaven de goden aan Freyr
in lang vervlogen dagen als tandgeld.

Grimnirs Spreuken 5, uit de Poetische Edda
vertaald door Carolyne Larrington

Er waren nog andere soorten lichtelfen zoals muntælfen (bergelf), landælf (veldelf), wæterælfen of saeælfen (waternimf) en wuduælfen (bosgeest).

Er waren verscheidene verschillende soorten elfen, en zij leken verwant te zijn aan de dwergen, omdat Snorri de zwarte elfen (svartálfar) als dwergen beschreef, of de zwarte elfen waren helemaal geen elfen. De zwarte elfen leefden in een andere wereld genaamd Svartalfheim, terwijl de dwergen in Nidavellir woonden.

Wat betreft de donkere elfen (dokkálfar) zei Snorri dat zij zwarter waren dan pek en ondergronds leefden. Zij verschillen van de lichtelfen in uiterlijk en aard.

Er dient ook vermeld te worden dat in het Eddagedicht getiteld Volundarkvida — het “Lied van Volund” — de meestersmid Volund (Wayland) bekendstond als de Heer der Elfen. Tot welk soort elfen behoorde hij? Of was hij in werkelijkheid de heer van de dwergen, die bekendstonden als zwarte elfen (svartálfar)? Aangezien Volund/Wayland een meesterambachtsman/smid was, een vaardigheid die vaak aan de dwergen werd toegeschreven, zou Volund zeer wel de Heer der Svartálfar kunnen zijn geweest. Volund was in Engelstalige landen algemeen bekend als Wayland.

De waarheid is dat de schrijvers van de Noorse mythen niet veel te zeggen hadden over de elfen. Hun rollen werden later verder ontwikkeld in folklore, sprookjes en de wereld van fantasyromans, zoals door de romanschrijver J. R. R. Tolkien in zijn In de Ban van de Ring.

Voor Wayland (Volund), zie Germaanse Helden.

Aangemaakt:17 augustus 2002

Gewijzigd:9 mei 2024