1. Home
  2. Klassieke Literatuur
  3. Rome
  4. Catullus
  5. Catullus Vertalingen
  6. Catullus 3 Vertaling

Catullus 3 Vertaling

Classical

Inleiding

In Catullus 3 deelt de dichter mee dat de mus van zijn meisje is gestorven. Dit is een verwijzing naar zijn geliefde, Lesbia, die een mus als huisdier had. En volgens Catullus hield ze meer van deze mus dan van haar eigen ogen. Deze mus leek ook van haar te houden. Hij zat op haar schoot en tjilpte alleen voor haar.

Catullus schreef ook dat de vogel van Lesbia hield zoals een meisje van haar moeder houdt. De vogel bewoog zich nooit van haar schoot, zo veel hield hij van haar. Als iemand die ook van Lesbia hield, was hij misschien jaloers op de vogel, want hij zou maar al te graag Lesbia’s schoot bezet hebben zoals de vogel dat deed. Nu de vogel er niet meer is, verwacht Catullus het voorwerp van Lesbia’s liefde te worden — of dat hoopt hij tenminste.

Catullus lijkt om de dood van de mus te rouwen, vooral in de regels 11 tot en met 14. Catullus schreef over hoe de vogel alleen op reis is naar de sombere duisternis. Niemand keert terug van de plek waar de mus naartoe gaat, en er kunnen slechte dingen gebeuren met het kleine vogeltje.

De dood van de vogel is des te problematischer voor de dichter omdat Lesbia er verdrietig en gebroken van is. Hij is zo van streek dat hij Cupido’s en Venussen vraagt om ook te rouwen. Venus is de Romeinse godin van de liefde en Cupido is haar zoon.

Het is interessant dat Catullus naar hen verwijst in meervoudsvorm als eigennamen. Er was maar een Romeinse Venus en Cupido, maar Catullus spreekt er meerdere aan. Hij richt zich mogelijk tot meerdere goden en godinnen van de liefde omdat hij niet kan genieten van Lesbia’s gunsten zolang zij rouwt om de vogel.

In regel twee schrijft Catullus “en wat er ook is aan redelijk aangename mannen:” wat aantoont dat hij de dood van de vogel misschien niet al te serieus neemt. De dood van de mus interfereert wellicht alleen met het genieten van Lesbia, die hem zou behagen met haar uiterlijk en haar vermogen om van hem te houden.

Catullus vermeldt ook Orcus, de Romeinse god van de onderwereld; het Romeinse equivalent van de Griekse god Hades. Maar waar Hades een vergevingsgezinde god was die slechts betrokken was bij het beheren van de onderwereld en niet bij het straffen van de bewoners, was Orcus het tegenovergestelde. Orcus gaf de voorkeur aan het straffen van degenen die gestorven waren.

Na verloop van tijd werd Orcus geassocieerd met ogers, demonen en wezens die mensenvlees verslinden. Het is onwaarschijnlijk dat Catullus dacht dat Orcus de vogel letterlijk zou opeten. Maar de onderwereld “verslindt” of verzwolg ironisch genoeg wel de vogel, die toevallig een zwaluw was. Je kunt er zeker van zijn dat Catullus zich terdege bewust was van dit woordspel.

Catullus wist ook dat de Romeinen niet geloofden dat dieren naar de onderwereld gingen. De Grieken geloofden dat zielen moesten betalen om de rivier de Styx over te steken om de onderwereld binnen te gaan. Romeinse overtuigingen waren vaak ontleend aan de Grieken. Aangezien dieren niet konden betalen om de onderwereld binnen te gaan, betraden zij niet de muil van Orcus’ verblijfplaats.

Catullus lijkt zijn minachting te verhullen in geveinsde droefheid om Lesbia. Door de naam van Orcus aan te roepen en stil te staan bij Lesbia’s droevige “oogjes,” toont Catullus enige spot met deze vogel en hoeveel hij voor Lesbia betekende. Nu de vogel er niet meer is, kunnen Venus en Cupido hem misschien helpen Lesbia’s liefde te winnen.

Catullus schreef het gedicht in het grootse hendecasyllabische patroon. Het is moeilijk om het metrum en de versvoeten in de Nederlandse vertaling na te bootsen, maar het patroon is evident in het Latijn. De vorm geeft het gedicht een ernst die doorgaans is voorbehouden aan gedichten over de dood. Maar dit gaat over de dood van een mus. Ze zijn overal en gemakkelijk te vervangen.

Carmen 3

RegelLatijnse tekstNederlandse vertaling
1LVGETE, o Veneres Cupidinesque,Treurt, o Gratiën en Liefdes,
2et quantum est hominum uenustiorum:en allen die de Gratiën beminnen.
3passer mortuus est meae puellaeDe mus van mijn meisje is dood,
4passer, deliciae meae puellae,de mus, het lieveling van mijn meisje,
5quem plus illa oculis suis amabat.van wie zij meer hield dan van haar eigen ogen;
6nam mellitus erat suamque noratwant honingzoet was hij, en kende zijn meesteres
7ipsam tam bene quam puella matrem,zo goed als een meisje haar eigen moeder kent.
8nec sese a gremio illius mouebat,Hij week niet van haar schoot,
9sed circumsiliens modo huc modo illucmaar huppelde nu hierheen, dan daarheen,
10ad solam dominam usque pipiabat. en tjilpte steeds alleen voor zijn meesteres.
11qui nunc it per iter tenebricosum Nu gaat hij langs de donkere weg,
12illuc, unde negant redire quemquam. daarheen vanwaar, zo zegt men, niemand terugkeert.
13at uobis male sit, malae tenebraeMaar vervloekt zijn jullie, vervloekte schaduwen
14Orci, quae omnia bella deuoratis: van Orcus, die alle mooie dingen verslinden!
15tam bellum mihi passerem abstulistis Mijn mooie musje, jullie hebben hem weggenomen.
16o factum male! o miselle passer! Ach, hoe wreed! Ach, arm klein vogeltje!
17tua nunc opera meae puellae Door jouw toedoen zijn de lieve oogjes van mijn meisje
18flendo turgiduli rubent ocelli.opgezwollen en rood van het huilen.

Bronnen

VRoma Project

Aangemaakt:1 januari 2025

Gewijzigd:27 oktober 2024