1. Home
  2. Klassieke Literatuur
  3. Rome
  4. Catullus
  5. Catullus Vertalingen
  6. Catullus 61 Vertaling

Catullus 61 Vertaling

Classical

Inleiding

In gedicht 61 schreef Catullus nog een bruiloftslied. Dit gedicht is geschreven in strofen van wisselende lengte die eindigen met een refrein aan “O Hymen Hymenaeus!”, de god van het huwelijk. In de eerste regel schrijft Catullus over de bewoner van de berg Helicon, namelijk Hymen, de zoon van Urania. Hij “voert weg” de maagd naar haar bruidegom.

In de regels zes tot vijftien beschrijft Catullus hoe Hymen een krans van bloemen draagt en een huwelijkssluier, alsook een gele schoen aan zijn blanke voet. De god ontwaakt, zingt liederen, stampt met zijn voeten op de grond en zwaait ook met een dennenfakkel. Vervolgens vertelt Catullus waarom Hymen zo druk is: het huwelijk van Vinia en Manlius. Vinia is zo mooi als Venus. Vinia komt met een goed voorteken, wat gunstig is voor Manlius. Catullus vergelijkt haar vervolgens met de Aziatische mirte en zet de vergelijking voort over verscheidene regels.

Daarna keert Catullus terug naar Hymen. Hij draagt hem op zijn grot te verlaten en Vinia naar haar bruiloft te roepen. Hij vraagt Hymen om “haar hart met liefde te binden” en gebruikt nog een plantenvergelijking — haar liefde vergelijkend met klimmende klimop. In de regels 36-40 keert Catullus terug naar het idee van de ongehuwde maagden en herhaalt het refrein “O Hymenaeus Hymen!” opdat de maagden echtgenoten mogen vinden. Hopelijk zal Hymen de oproep horen en komen om het huwelijk te zegenen, aangezien hij de “verbinder van eerlijke liefde” is, zoals vermeld in regel 45.

Catullus zegt dat Hymen de enige god is die het waard is door geliefden te worden aangeroepen. Mannen zouden Hymen meer moeten aanbidden dan welke andere god ook. Wanneer hij wordt aangeroepen, leggen maagden hun gewaden af en luisteren bruidegommen angstig. Catullus stelt gedurfd dat zelfs Venus niet kan wedijveren met wat Hymen doet, want niemand kan rusten tenzij hij verzadigd is.

Carmen 61

RegelLatijnse tekstNederlandse vertaling
1COLLIS o HeliconiiO bewoner van de Heliconische berg,
2cultor, Vraniae genus,zoon van Urania,
3qui rapis teneram ad uirumgij die de tedere maagd wegvoert
4uirginem, o Hymenaee Hymen,naar haar bruidegom, o Hymenaeus Hymen,
5o Hymen Hymenaee;o Hymen Hymenaeus!
6cinge tempora floribusBekrans uw slapen met de bloemen
7suaue olentis amaraci,van geurige marjolein,
8flammeum cape laetus, hucneem vrolijk de huwelijkssluier, hierheen,
9huc ueni, niueo gerenshierheen kom, dragend aan uw sneeuwwitte
10luteum pede soccum;voet de gele schoen,
11excitusque hilari die,en gewekt op deze vrolijke dag,
12nuptialia concinenszingend met klinkende stem
13uoce carmina tinnula,de bruiloftsliederen,
14pelle humum pedibus, manustamp op de grond met uw voeten,
15pineam quate taedam.zwaai met uw hand de dennenfakkel.
16namque Iunia Manlio,Want nu zal Vinia met Manlius trouwen,
17qualis Idalium colensVinia zo schoon als Venus
18uenit ad Phrygium Venusdie in Idalium woont, toen zij verscheen
19iudicem, bona cum bonavoor de Frygische rechter;
20nubet alite uirgo,een goede maagd met een goed voorteken
21floridis uelut enitensals de Aziatische mirte
22myrtus Asia ramulisstralend met bloeiende takjes,
23quos Hamadryades deaedie de Hamadryade-godinnen
24ludicrum sibi roscidomet dauwige vochtigheid voeden
25nutriunt umore.als speelgoed voor zichzelf.
26quare age, huc aditum ferens,Welaan dan, kom hierheen, haast u
27perge linquere Thespiaeom de Aonische grotten te verlaten
28rupis Aonios specus,van de Thespische rots,
29nympha quos super irrigatdie de nimf Aganippe van bovenaf besproeit
30frigerans Aganippe.met verkoelende regen;
31ac domum dominam uocaroep de vrouw des huizes naar haar thuis,
32coniugis cupidam noui,vol verlangen naar haar bruidegom;
33mentem amore reuinciens,bind haar hart met liefde,
34ut tenax hedera huc et huczoals hier en daar de klimmende klimop
35arborem implicat errans.dwalend de boom omstrengelt.
36uosque item simul, integraeOok gij met mij, ongehuwde
37uirgines, quibus aduenitmaagden, voor wie een gelijke dag
38par dies, agite in modumnadert, kom, zing in maat
39dicite, o Hymenaee Hymen,“O Hymenaeus Hymen,
40o Hymen Hymenaee.o Hymen Hymenaeus!“
41ut libentius, audiensopdat hij, horend dat hij wordt geroepen
42se citarier ad suumtot zijn eigen taak,
43munus, huc aditum feratdes te gewilliger hierheen kome,
44dux bonae Veneris, bonide heraut van de vruchtbare Venus,
45coniugator amoris.de verbinder van eerlijke liefde.
46quis deus magis est ama-Welke god is het meer waard
47tis petendus amantibus?aangeroepen te worden door minnende geliefden?
48quem colent homines magiswie van de hemelbewoners zullen de mensen meer aanbidden
49caelitum, o Hymenaee Hymen,dan u? O Hymenaeus Hymen,
50o Hymen Hymenaee?o Hymen Hymenaeus!
51te suis tremulus parensU roept de bevende vader aan voor zijn kinderen,
52inuocat, tibi uirginesvoor u maken de maagden
53zonula soluunt sinus,hun gewaden los van de gordel:
54te timens cupida nouosvoor u luistert de bruidegom angstig
55captat aure maritus.met gretig oor.
56tu fero iuueni in manusGijzelf geeft in de handen
57floridam ipse puellulamvan de vurige jongeling het bloeiende meisje
58dedis a gremio suaeuit de schoot van haar moeder,
59matris, o Hymenaee Hymen,o Hymenaeus Hymen,
60o Hymen Hymenaee.o Hymen Hymenaeus!
61nil potest sine te Venus,Geen genot kan Venus nemen
62fama quod bona comprobet,zonder u, dat de goede faam zou billijken,
63commodi capere, at potestmaar wel kan zij dit
64te uolente. quis huic deoals gij het wilt. Welke god
65compararier ausit?zou zich met deze god durven meten?
66nulla quit sine te domusGeen huis kan zonder u
67liberos dare, nec parenskinderen geven, geen ouder rusten
68stirpe nitier; ac potestop zijn nageslacht; maar alles kan goed gaan
69te uolente. quis huic deoals gij het wilt. Welke god
70compararier ausit?zou zich met deze god durven meten?
71quae tuis careat sacris,Een land dat uw heilige rituelen zou missen,
72non queat dare praesideszou geen verdedigers kunnen voortbrengen
73terra finibus: at queatvoor zijn grenzen — maar wel kan het dat
74te uolente. quis huic deoals gij het wilt. Welke god
75compararier ausit?zou zich met deze god durven meten?
76claustra pandite ianuae.Ontgrendel de deuren.
77uirgo adest. uiden ut facesDe bruid komt eraan. Ziet u hoe de fakkels
78splendidas quatiunt comas?hun glanzende lokken schudden?
79tardet ingenuus pudor.Edele schaamte aarzelt… .
80quem tamen magis audiens,Toch luistert zij eerder naar dit,
81flet quod ire necesse est.en weent zij dat zij moet gaan.
82flere desine. non tibi Au-Ween niet meer. Voor u, Au-
83runculeia periculum est,runculeia, dreigt geen gevaar,
84ne qua femina pulcriordat enige mooiere vrouw
85clarum ab Oceano diemde stralende dag uit de oceaan
86uiderit uenientem.zal zien opkomen.
87talis in uario soletZo staat gewoonlijk in de bonte
88diuitis domini hortulotuin van een rijke heer
89stare flos hyacinthinus.een hyacintenbloem.
90sed moraris, abit dies.Maar u aarzelt, de dag verstrijkt;
91prodeas noua nupta.kom tevoorschijn, o bruid.
92prodeas noua nupta, siKom tevoorschijn, o bruid, als
93iam uidetur, et audiasu nu bereid zijt, en hoor
94nostra uerba. uiden? facesonze woorden. Ziet u hoe de fakkels
95aureas quatiunt comas:hun gouden lokken schudden!
96prodeas noua nupta.kom tevoorschijn, o bruid.
97non tuus leuis in malaUw echtgenoot zal niet,
98deditus uir adultera,lichtzinnig overgegeven aan een slechte overspeelster,
99probra turpia persequens,en schandelijke wegen van oneer volgend,
100a tuis teneris uoletwillen liggen ver
101secubare papillis,van uw zachte boezem,
102lenta sed uelut adsitasmaar zoals de buigzame wijnrank
103uitis implicat arbores,de bomen omstrengelt die erbij staan,
104implicabitur in tuumzo zal hij in uw
105complexum. sed abit dies:omhelzing zijn verstrengeld. Maar de dag verstrijkt;
106prodeas noua nupta.kom tevoorschijn, o bruid.
107o cubile, quod omnibusO bruidsbed, dat aan allen
108[ … ][ … ]
109[ … ][ … ]
110[ … ][ … ]
111candido pede lecti,de witte voet … van het bed,
112quae tuo ueniunt ero,welke vreugden komen uw heer tegemoet,
113quanta gaudia, quae uagao welke grote vreugden in de vluchtige
114nocte, quae medio dienacht, vreugden bij volle dag! —
115gaudeat! sed abit dies:moge hij zich verheugen! Maar de dag verstrijkt;
116prodeas noua nupta.kom tevoorschijn, o bruid.
117tollite, o pueri, faces:Heft de fakkels omhoog, jongens:
118flammeum uideo uenire.ik zie de huwelijkssluier naderen.
119ite concinite in modumGa voort, zing in maat:
120’io Hymen Hymenaee io,“Io Hymen Hymenaeus io,
121io Hymen Hymenaee.‘io Hymen Hymenaeus!“
122ne diu taceat procaxLaat de vrolijke Fescennijnse
123Fescennina iocatio,scherts niet lang verstommen,
124nec nuces pueris negeten laat de lieveling geen noten weigeren aan de slaven
125desertum domini audienswanneer hij hoort hoe zijn heer
126concubinus amorem.zijn oude liefde heeft verlaten.
127da nuces pueris, inersGeef noten aan de slaven,
128concubine! satis diulieveling: uw tijd is lang genoeg geweest,
129lusisti nucibus: lubetgij hebt lang genoeg met noten gespeeld:
130iam seruire Talasio.het behaagt u nu Talassius te dienen.
131concubine, nuces da.Geef noten, geliefde knaap.
132sordebant tibi uillicae,U versmaadde de boerenvrouwen,
133concubine, hodie atque heri:lieveling, vandaag en gisteren;
134nunc tuum cinerariusnu scheert de kapper
135tondet os. miser a miseruw gezicht. Ongelukkige, ach! ongelukkige
136concubine, nuces da.minnaar, geef de noten!
137diceris male te a tuisMen zegt dat u,
138unguentate glabris maritegeparfumeerde bruidegom, van uw gladde lievelingen
139abstinere, sed abstine.moeizaam kunt onthouden, maar onthoud u.
140io Hymen Hymenaee io,Io Hymen Hymenaeus io,
141io Hymen Hymenaee.io Hymen Hymenaeus!
142scimus haec tibi quae licentWij weten dat u alleen deze
143sola cognita, sed maritogeoorloofde zaken kent, maar voor een echtgenoot
144ista non eadem licent.zijn diezelfde zaken niet geoorloofd.
145io Hymen Hymenaee io,Io Hymen Hymenaeus io,
146io Hymen Hymenaee.io Hymen Hymenaeus!
147nupta, tu quoque quae tuusO bruid, zorg dat ook u niet weigert
148uir petet caue ne neges,wat uw man verlangt,
149ni petitum aliunde eat.opdat hij het niet elders gaat zoeken.
150io Hymen Hymenaee io,Io Hymen Hymenaeus io,
151io Hymen Hymenaee.io Hymen Hymenaeus!
152en tibi domus ut potensZie voor u hoe machtig
153et beata uiri tui,en rijk het huis van uw man is,
154quae tibi sine seruiatlaat het u dienen,
155(io Hymen Hymenaee io,(Io Hymen Hymenaeus io,
156io Hymen Hymenaee)io Hymen Hymenaeus!)
157usque dum tremulum mouenstotdat de bevende,
158cana tempus anilitasgrijze ouderdom
159omnia omnibus annuit.met alles voor allen instemt.
160io Hymen Hymenaee io,Io Hymen Hymenaeus io,
161io Hymen Hymenaee.io Hymen Hymenaeus!
162transfer omine cum bonoDraag met een goed voorteken
163limen aureolos pedes,uw gouden voeten over de drempel,
164rasilemque subi forem.en treed de gepolijste deur binnen.
165io Hymen Hymenaee io,Io Hymen Hymenaeus io,
166io Hymen Hymenaee.io Hymen Hymenaeus!
167aspice intus ut accubansZie hoe uw man daarbinnen aanligt,
168uir tuus Tyrio in toroop een Tyrisch rustbed,
169totus immineat tibi.geheel verlangend naar u.
170io Hymen Hymenaee io,Io Hymen Hymenaeus io,
171io Hymen Hymenaee.io Hymen Hymenaeus!
172illi non minus ac tibiBij hem brandt, niet minder dan bij u,
173pectore uritur intimoin zijn diepste binnenste
174flamma, sed penite magis.de vlam, maar dieper van binnen.
175io Hymen Hymenaee io,Io Hymen Hymenaeus io,
176io Hymen Hymenaee.io Hymen Hymenaeus!
177mitte brachiolum teres,Laat los de gladde arm,
178praetextate, puellulae:jonge knaap, van het meisje:
179iam cubile adeat uiri.laat haar nu naar het bed van haar man gaan.
180io Hymen Hymenaee io,Io Hymen Hymenaeus io,
181io Hymen Hymenaee.io Hymen Hymenaeus!
182uos bonae senibus uirisGij, eerbare vrouwen, aan oude mannen
183cognitae bene feminae,goed bekende vrouwen,
184collocate puellulam.brengt het meisje naar haar plaats.
185io Hymen Hymenaee io,Io Hymen Hymenaeus io,
186io Hymen Hymenaee.io Hymen Hymenaeus!
187iam licet uenias, marite:Nu moogt gij komen, bruidegom:
188uxor in thalamo tibi est,uw vrouw is voor u in het bruidsvertrek,
189ore floridulo nitens,stralend met haar bloemige gelaat,
190alba parthenice uelutals een witte margriet
191luteumue papauer.of een gele klaproos.
192at, marite, ita me iuuentMaar, bruidegom, zo helpe mij de goden,
193caelites, nihilo minusgij zijt niets minder
194pulcer es, neque te Venusschoon, en Venus verwaarloost
195neglegit. sed abit dies:u niet. Maar de dag verstrijkt:
196perge, ne remorare.ga voort, aarzel niet.
197non diu remoratus es:Niet lang hebt gij geaarzeld:
198iam uenis. bona te Venusreeds komt gij. Moge de goede Venus
199iuuerit, quoniam palamu bijstaan, aangezien gij openlijk
200quod cupis cupis, et bonumbegeert wat gij begeert, en uw goede
201non abscondis amorem.liefde niet verbergt.
202ille pulueris AfriciLaat hij eerst het getal van het Afrikaanse
203siderumque micantiumstof en van de flonkerende
204subducat numerum prius,sterren berekenen,
205qui uestri numerare uoltdie de vele duizenden van uw
206multa milia ludi.spel wil tellen.
207ludite ut lubet, et breuiSpeelt naar believen, en brengt spoedig
208liberos date. non decetkinderen voort. Het past niet
209tam uetus sine liberisdat een zo oude naam zonder kinderen
210nomen esse, sed indidemis, maar dat zij uit dezelfde stam
211semper ingenerari.steeds voortkomen.
212Torquatus uolo paruulusIk wil dat een kleine Torquatus
213matris e gremio suaevanaf de schoot van zijn moeder
214porrigens teneras manuszijn tere handjes uitstrekt
215dulce rideat ad patremen lief naar zijn vader lacht
216semihiante labello.met zijn halfgeopende lipjes.
217sit suo similis patriMoge hij lijken op zijn vader
218Manlio et facile insciisManlius, en gemakkelijk door onbekenden
219noscitetur ab omnibus,worden herkend door allen,
220et pudicitiam suaeen moge hij de kuisheid van zijn
221matris indicet ore.moeder verraden met zijn gelaat.
222talis illius a bonaMoge een zodanige lof van zijn goede
223matre laus genus approbet,moeder zijn afkomst bevestigen,
224qualis unica ab optimaals de enige roem van zijn uitmuntende
225matre Telemacho manetmoeder die voor Telemachus blijft bestaan,
226fama Penelopeo.de roem van Penelope.
227claudite ostia, uirgines:Sluit de deuren, maagden:
228lusimus satis. at boniwij hebben genoeg gespeeld. Maar gij, goede
229coniuges, bene uiuite etechtgenoten, leeft wel en
230munere assiduo ualentembeoefent in voortdurende plicht uw krachtige
231exercete iuuentam.jeugd.

Bronnen

VRoma Project

Aangemaakt:1 januari 2025

Gewijzigd:27 oktober 2024