Groa
Tovenares en zieneres. Groa was de echtgenote van Aurvandil de Stoutmoedige.
Zij verscheen in de Proza Edda, in de mythe waarin Thor tegen de reus Hrungnir vocht. Hoewel Thor de reus doodde met de Mjollnir, zat een stuk van Hrungnirs slijpsteen vast in Thors hoofd.
Groa gebruikte haar magie om het stuk slijpsteen te verwijderen, maar de dankbare Thor leidde de tovenares af met nieuws over de verblijfplaats van haar echtgenoot.
Thor had Aurvandil geholpen bij het oversteken van een ijskoude rivier van de Elivagar, waarbij de god hem in een mand droeg, maar een van Aurvandils tenen bevroor tot ijs toen zijn voet in het water dipte. Thor brak de teen af en wierp hem de hemel in, waar hij een ster werd. Thor vertelde Groa dat Aurvandil nu bij haar thuis was.
Groa’s spreuk mislukte door het afleidende nieuws, zodat de slijpsteen permanent vastzat in Thors hoofd.
Zie Reus van Klei.
Volgens het gedicht Gróugaldr was Groa de moeder van de held Svipdag (Svebdegg). Haar zoon gebruikte een spreuk om haar uit haar graf te doen verrijzen, zodat Svipdag kon leren hoe hij met succes de mooie Menglöd het hof kon maken, die hij moest winnen in een gevaarlijke zoektocht. Het verhaal van Svipdags zoektocht naar Menglöd is te vinden in een ander gedicht genaamd Fjölsvinnsmál. Svipdag vond Menglöd in een kasteel op de top van een berg, waar zij omringd was door een ring van vuur en bewaakt werd door een reus genaamd Fjolsvinn.
Gerelateerde Informatie
Bronnen
Skaldskaparmal, uit de Proza Edda, geschreven door Snorri Sturluson.
De gedichten Gróugaldr en Fjölsvinnsmál staan gezamenlijk bekend als Svipdagsmál.
Gesta Danorum werd geschreven door Saxo Grammaticus.