Catullus 35 Vertaling
Inleiding
In dit gedicht verwijst Catullus naar een dichter genaamd Caecilius. Catullus schrijft een uitnodiging aan Caecilius om naar Verona te komen en zijn woonplaats Novum Comum (dat wij nu kennen als Como, Italië) te verlaten. In deze uitnodiging wil Catullus dat Caecilius gedachten ontvangt van een gemeenschappelijke vriend.
Catullus merkt op dat als Caecilius verstandig is, hij nu zal vertrekken. Maar er is een mooie dame in Como die hem zal terugroepen en smeken om te blijven. Catullus is verteld, en hij betwijfelt of het verhaal waar is, dat deze vrouw hartstochtelijke liefde geeft aan Caecilius, sinds zij zijn gedicht “Vrouwe van Dindymus” heeft gelezen. Dit is een verwijzing naar Cybele, de oude moedergodin van het Frygische volk. Zij roept oergevoelens op en de Frygiërs voerden orgiastische rituelen uit in haar naam. Zij lijkt op de Griekse godin Rhea.
Wanneer het meisje van Caecilius dit gedicht over Cybele leest, ontbranden de vuren in haar merg en moet zij hartstochtelijk met hem zijn. Hoewel het gedicht onaf is, geniet het meisje van de eerste regels ervan. Catullus verwijst vervolgens aan het einde van het gedicht naar Sappho. Catullus erkent dat het meisje van Caecilius meer ervaring heeft en geleerder is dan de muze die de liefdesdichten van Sappho inspireerde. Catullus merkt dan op dat Caecilius een “prachtig begin heeft gemaakt aan zijn ‘Magna Mater’.”
Dit is een gedicht vol verwijzingen, wat verwarrend kan zijn voor onervaren lezers van Catullus’ poëzie. Caecilius is misschien geen echt persoon; hij zou een pseudoniem voor Catullus kunnen zijn, en het meisje dat de seksualiteit van zijn gedichten niet kan weerstaan zou Lesbia kunnen zijn. Er was een bekende Romein genaamd Caecilius, maar hij was een bankier in Pompeji. Zijn huis werd gedeeltelijk verwoest door de Vesuvius. Dit is echter hoogstwaarschijnlijk niet de Caecilius over wie Catullus in dit gedicht schrijft.
Catullus lijkt niet bijzonder onder de indruk van het werk van Caecilius en de manier waarop zijn meisje verhit raakt door de woorden aan het begin van het gedicht. Catullus was een bewonderaar van Sappho’s gedichten, dus zijn afsluiting lijkt ronduit sarcastisch. In de ogen van Catullus zou Caecilius geen betere gedichten hebben dan Sappho. Dus het meisje zou niet geleerder zijn geweest dan Sappho’s muze.
Carmen 35
| Regel | Latijnse tekst | Nederlandse vertaling |
|---|---|---|
| 1 | POETAE tenero, meo sodali, | Ik vraag u, papyrusblad, om te zeggen |
| 2 | uelim Caecilio, papyre, dicas | aan de tere dichter, mijn vriend Caecilius, |
| 3 | Veronam ueniat, Noui relinquens | dat hij naar Verona moet komen en de muren |
| 4 | Comi moenia Lariumque litus. | van Novum Comum en de oever van Larius verlaten: |
| 5 | nam quasdam uolo cogitationes | want ik wil dat hij bepaalde gedachten ontvangt |
| 6 | amici accipiat sui meique. | van een vriend van hem en van mij. |
| 7 | quare, si sapiet, uiam uorabit, | Daarom, als hij verstandig is, zal hij de weg verslinden |
| 8 | quamuis candida milies puella | al zou zijn mooie meisje hem duizend keer terugroepen |
| 9 | euntem reuocet, manusque collo | en beide armen om zijn hals slaand |
| 10 | ambas iniciens roget morari. | hem smeken te blijven. |
| 11 | quae nunc, si mihi uera nuntiantur, | Zij nu, als mij een waar verhaal wordt verteld, |
| 12 | illum deperit impotente amore. | smacht naar hem met hartstochtelijke liefde. |
| 13 | nam quo tempore legit incohatam | Want sinds zij het begin las van zijn |
| 14 | Dindymi dominam, ex eo misellae | ”Vrouwe van Dindymus,” sindsdien, arm meisje, |
| 15 | ignes interiorem edunt medullam. | verteren de vuren haar diepste merg. |
| 16 | ignosco tibi, Sapphica puella | Ik kan het voelen, meisje, geleerder |
| 17 | musa doctior; est enim uenuste | dan de Sapphische muze; want Caecilius heeft inderdaad |
| 18 | Magna Caecilio incohata Mater. | een prachtig begin gemaakt aan zijn “Magna Mater.” |
