Catullus 87 Vertaling
Inleiding
In Catullus 87 verklaart de dichter zijn liefde voor Lesbia. Hij zegt dat geen vrouw ooit zo werd bemind als hij van haar hield. Hij heeft zich nooit aan een andere vrouw gebonden dan aan haar, en die verbintenis was het grootste vertrouwen dat iemand ooit in een ander heeft gehad.
In de Nederlandse vertaling tonen deze vier korte regels hoe Catullus over Lesbia dacht. Maar in het Latijn zijn er enkele sleutelwoorden die nog meer onthullen. Hij gebruikt de Latijnse woorden tantum en tanta om zijn gevoelens voor haar te beschrijven. Hij gebruikt ook quantum en quanta om tantum en tanta verder te verduidelijken.
Deze Latijnse woorden fungeren allemaal als bijvoeglijke naamwoorden, waarbij quantum en quanta grootheid toevoegen aan tanta en tantum, die ook een gevoel van grootheid in waarde beschrijven. In het Latijn gebruikte Catullus vier beschrijvende woorden om te laten zien dat niemand ooit meer van Lesbia zou houden dan hij. Het is niet alleen in vertaling, maar hij houdt ook in de oorspronkelijke taal onmetelijk veel van haar.
Dit lieflijke kleine gedicht laat zien hoe sterk Catullus van Lesbia houdt. Maar in andere gedichten zien lezers dat Lesbia de liefde niet beantwoordde. Naarmate hij erkent dat zijn liefde onbeantwoord is, worden zijn gedichten minder liefdevol en wat hopelozer. We zagen in 72 dat Catullus gelooft dat ze zo veel van hem houdt dat Zeus haar niet zou kunnen verleiden. Maar in 11 zijn zijn gevoelens voor haar minder zeker, want hij stuurt twee vrienden met een boodschap naar haar toe.
In 2A richt Catullus zich op Lesbia en haar huismus. Hij verwijst naar Lesbia als zijn favoriete meisje. Hij doet hetzelfde in enkele andere gedichten waarin hij over haar schrijft maar haar naam niet direct gebruikt.
Hoewel 87 overkomt als een oprecht liefdesgedicht, is er een regel die wijst op enige bezorgdheid bij Catullus. In de laatste regel gebruikt hij de woorden “van mijn kant” om de mate van zijn toewijding te beschrijven. Gewoonlijk vindt een verbintenis plaats tussen twee personen. Dus als Catullus er een punt van maakt te benadrukken dat de verbintenis van zijn kant kwam, bestaat de mogelijkheid dat het duo geen wederzijdse verbintenis had.
Dus 87 zou een gedicht van verdriet of teleurstelling kunnen zijn en niet per se een gedicht over diepe, innige liefde. Ja, Catullus hield van haar, maar hield zij ook van hem? Dit gedicht beantwoordt die vraag niet.
Bedenk dat Lesbia in werkelijkheid Clodia was, de echtgenote van een andere man, wat het waarschijnlijker maakt dat ze misschien niet op dezelfde manier van Catullus hield als hij van haar. Tenminste terwijl hij 87 schreef.
Het gedicht toont Catullus’ vaardigheid met woorden. In vier korte regels wist hij sterke gevoelens van liefde over te brengen, maar ook van verdriet. Hij vertelt dat hij meer van haar houdt dan wie ook, maar we zien dat de verbintenis van zijn kant is. Eenzijdige liefde is niet wat mensen willen. Ze willen dat het voorwerp van hun liefde hen terugliefheeft. De onzekerheid van beantwoorde liefde is wat de diepte en het verdriet in dit gedicht creëert. Wat niet in het gedicht staat, is net zo belangrijk als wat erin staat.
Carmen 87
| Regel | Latijnse tekst | Nederlandse vertaling |
|---|---|---|
| 1 | NVLLA potest mulier tantum se dicere amatam | Geen vrouw kan naar waarheid zeggen dat zij zo werd bemind |
| 2 | uere, quantum a me Lesbia amata mea est. | als jij, mijn Lesbia, door mij werd bemind. |
| 3 | nulla fides ullo fuit umquam foedere tanta, | Geen trouw in welk verbond dan ook was ooit |
| 4 | quanta in amore tuo ex parte reperta mea est. | zo groot als die van mijn kant in mijn liefde voor jou. |
