Walhalla

Norse

Over Walhalla geeft de IJslander Snorri Sturluson ons de meest levendige beschrijving in zijn Proza-Edda.

Walhalla, of “Hal der Helden”, was de bekendste hal in Asgard, een andere residentie van Odin, of Val-vader (“Vader der Gesneuvelden”) zoals hij in deze hal bekend stond. Het was de plek waar de gevallen strijders bekend als Einherjar (Einheriar) verbleven in een hal en wachtten op de komst van Ragnarok. De Einherjar zouden aan de zijde van de Aesir strijden bij Ragnarok.

Walhalla

Walhalla
Giovanni Caselli
Illustratie, 1978

Wanneer de dapperste strijders sneuvelden in de strijd of het gevecht, werden zij naar Walhalla gebracht door een groep vrouwelijke strijders bekend als de Valkyries, wat vertaald wordt als “Kiezer der Gesneuvelden”, en zij stonden bekend als “Schildmaagden” en “Strijdmaagden”. De Valkyries werden soms “Zwanenmaagden” genoemd omdat hun gewaden gemaakt waren van zwanenveren, waarmee ze konden vliegen. De Valkyries dienden Odin door over een slagveld te gaan en gesneuvelde strijders te kiezen die geschikt zouden zijn om te vechten bij Ragnarok. Daarom kregen zij een plaats in Walhalla.

Wanneer de Valkyries zich in Walhalla bevonden, stonden ze bekend als Medemaagden omdat zij verantwoordelijk waren voor het serveren van mede aan Odin en de Einherjar aan de lange tafels van Walhalla. De mede kwam van de geit Heidrun die zich voedde met het gebladerte aan de takken van een boom genaamd Lerad. Elke dag vulde de uier van de geit het vat met mede.

Andhrimnir, de kok van Walhalla, bereidde de maaltijd voor de Einherjar. Andhrimnir kookte het wilde zwijn genaamd Sæhrimnir in een grote kookpot, Eldhrimnir. Het vlees van Sæhrimnir herstelde de strijders altijd ‘s nachts. Elke dag werd Sæhrimnir gekookt voordat het werd geserveerd, maar tegen de ochtend van de volgende dag was het wilde zwijn weer heel, klaar om opnieuw te worden gekookt.

Odin dineerde gewoonlijk met zijn strijders, maar hij at nooit het vlees dat voor hem was geplaatst. Odin gaf zijn vlees aan de twee wolven, Geri en Freki, die aan zijn voeten rustten. Odin dronk alleen wijn met de gevallen strijders.

Snorri legde uit dat terwijl de Einherjar wachtten op Ragnarok, zij overdag een soort schijngevecht met elkaar voerden, maar ‘s avonds genoten ze van een groot feestmaal voordat ze in hun bedden rustten. ’s Ochtends werden de Einherjar gewekt door het kraaien van een haan genaamd Salgofnir die op het dak van Walhalla zat.

Snorri schreef dat Walhalla overlappende schilden als dak had, omhooggehouden door speerschachten als dakspanten. Er waren 540 deuren. En door elk van die deuren konden achthonderd strijders de hal betreden of verlaten. In plaats van fakkelvuren kwam het licht in de grote hal van de gloeiende klingen van zwaarden. Maliënkolders lagen verspreid over de banken. Voor de westelijke deuren hing een wolf. Boven Walhalla zweefde een eenzame adelaar. Er stond ook een boom voor de deuren van Walhalla; de boom heette Glasir vanwege zijn roodgouden gebladerte.

Een andere hal waar de gevallen strijders verbleven heette Vingolf, wat “wijnhal” of “vriendenhal” betekent, maar dit was mogelijk de hal voor rechtvaardige mannen om in te wonen, en niet alleen voor de Einherjar. Een andere naam voor Vingolf is Gimle, en het was een Noorse versie van de Elyseese Velden of het Eiland der Gelukzaligen. Snorri zei dat Vingolf of Gimle de mooiste van alle plaatsen was, gelegen aan het zuidelijkste uiteinde van de hemel.

Snorri noemde ook andere hemelen. Eveneens in het zuiden maar boven Vingolf lag Andlang. De derde hemel, genaamd Vidblain, lag boven de twee voorgaande hemelen.

Slechts de helft van de gesneuvelde strijders (Einherjar) in de strijd werd aan Odin gegeven. Freyja had de eer om de andere helft te ontvangen, en de andere Einherjar verbleven bij haar in Folkvang (“Veld van het Volk”), haar hal binnen haar paleis Fólkvangar (Folkvangar). De andere hal waar zij verbleef heette Sessrumnir. De dienstmaagd genaamd Fulla bediende Freyja (de meeste schrijvers zeiden dat Fulla Friggs dienares was).

Verwante Informatie

Naam

Walhalla, Valhal, Val-hal – "Hal der Helden" of "Hal der Gesneuvelden".

Bronnen

Gylfaginning, uit de Proza-Edda, geschreven door Snorri Sturluson.

Grimismal ("Spreuken van Grimnir") uit de Poëtische Edda.

Verwante Artikelen

Aangemaakt:23 juli 1999

Gewijzigd:10 mei 2024