Moedergodinnen
Tijdens het Neolithicum en de Bronstijd waren de moedergodinnen zeer prominent op Kreta, de Cycladen en op het Griekse vasteland.
Deze pagina kijkt niet alleen naar Hellenistische moedergodinnen in de Griekse mythologie, maar werpt ook kort een blik op een paar moedergodinnen die werden vereerd tijdens de Bronstijd, waarover geen overgeleverde literaire verslagen bestaan.
Wat Zijn Moedergodinnen?
Wat bedoelen wij wanneer wij een vrouwelijke godheid als moedergodin identificeren?
Betekent moeder in de zin van een moeder die de jongen koesterde en beschermde? Was zij een godin van de bevalling? Was zij een scheppingsgodin of een aardgodin (gewoonlijk bekend als Moeder Aarde)? Betekent het dat zij een vruchtbaarheidsgodin was of was zij een godin van de natuur?
Wat betekent “vruchtbaarheid”?
Moedergodin kan vruchtbaarheid betekenen, maar de term “vruchtbaarheid” is op zichzelf nogal vaag en kan verschillende dingen betekenen. Vruchtbaarheid kan de aarde zelf betekenen, bijv. vruchtbaarheid van het land; of het kan het verbouwen van gewassen of ander plantaardig leven zijn. Het kan ook vruchtbaarheid van de dieren betekenen, evenals die van mensen, door middel van paring of geslachtsgemeenschap. Zoals u kunt zien, is vruchtbaarheid geen goede definitie om te gebruiken.
De moedergodin kan ook vele verschillende rollen hebben gehad. De moedergodin kon worden onderscheiden van Moeder Aarde (aardgodin), maar soms werden de twee verward en vervaagden hun rollen, zoals het geval was met Gaea. Gaea was zowel Moeder Aarde als moedergodin.
Moeder Aarde kon worden gezien als de oerkracht en de bron van al het leven. Zij had niet noodzakelijkerwijs een moederlijke of verzorgende aard.
De moedergodin was vaak een beschermster van de jongen. Soms was de moedergodin de moeder van de heersende stam van goden, zoals het geval was met Rhea die de moeder was van de Olympische godheden.
Zie ook Gaea en haar Dochters.
De moedergodin werd ook gezien met de goddelijke metgezel van een sterfelijke of zelfs goddelijke heerser, met wie zij zich periodiek moest paren, zoals het geval was met Cybele en haar metgezel Attis, zodat het seizoen van het jaar werd vernieuwd.
De moedergodin had misschien zelfs meer dan een eigenschap, zoals het geval was met Demeter, de godin van het graan. Demeter was ook moedergodin en godin van de vruchtbaarheid. Zie ook Demeter en Persephone.
Tot dusver heb ik alleen godinnen genoemd die wij kennen uit de literatuur en mythologie na de Dorische invasie. Ik heb de godinnen van de Bronstijd Egeische beschavingen niet genoemd. De meeste auteurs die wij lezen, plaatsen alle mythologische gebeurtenissen voor de komst van de Dorierers; dus in de Bronstijd.
Echter, de enige geschriften over de godheden in de Bronstijd vermeldden hun namen op de Lineair B-tabletten in Knossos en Pylos, en verder niets. Er was geen literatuur of mythologie; er zijn geen overgeleverde details over hun culturen, overtuigingen en hun geschiedenis. Zie Lineair B op de pagina over de Griekse Wereld (Feiten en Figuren).
Slechts enkele namen die op deze tabletten voorkwamen overleefden in de klassieke perioden. De overige namen waren onherkenbaar, of het waren waarschijnlijk lokale godheden.
In Pylos zijn er Lineair B-tabletten die de naam MA-TE-RE TE-I-JA noemen, of Mater theia, wat eigenlijk “Moedergodin” betekent. Wie deze godin was, kunnen wij slechts raden.
Aangezien de Lineair B-tabletten zeer weinig inzicht verschaften over godheden tijdens de Bronstijd, moeten wij voornamelijk vertrouwen op kunstwerken die bewaard zijn gebleven.
Echter, geen van deze figuren die in de kunstwerken voorkomen verschaffen ons namen, dus kunnen wij alleen vertrouwen op de interpretaties van deskundigen. Maar bij veel kunstwerken is het moeilijk te bepalen of elke vrouwelijke figuur een godin, een priesteres of een vrouwelijke heerseres uitbeeldde.
Afgaand op het aantal iconen dat bewaard is gebleven, bestaat het sterke geloof dat de vrouwelijke godheden prominenter waren dan de mannelijke godheden. Men gelooft nu algemeen dat de godinnen die zij vereerden voornamelijk de moedergodinnen waren.
Sommige deskundigen geloven dat de Minoische en Myceense beschavingen niet een aantal godinnen vereerden, maar een, machtige godin, net zoals de Israelieten de Ene God vereerden. De verering van de Moedergodin bestaat al sinds het Neolithicum.
Op Kreta vereerden de Minoische beschaving alleen godinnen, afgaand op de hoeveelheid kunst die aan hen werd gewijd. Hoewel het Lineair B in het paleis van Knossos de namen van enkele goden toonde zoals Zeus, Poseidon en Ares, bleek uit de datering van deze geschriften dat zij waren geschreven nadat de Myceners Kreta hadden binnengevallen en bezet, rond 1450 v.Chr.
Totdat wij op een dag de Lineair A-teksten ontcijferen, die duidelijk door de Kretenzen waren uitgevonden, zullen wij nooit weten of de Minoers alleen godinnen vereerden of niet, of dat er mannelijke godheden bestonden in de Minoische samenleving.
Met de komst van de Dorierers en andere Helleens-sprekende stammen brachten zij hun eigen pantheon van godheden mee, waar de goden dominant waren, met Zeus die oppermachtig heerste over allen.
Wij kunnen slechts speculeren hoeveel pre-Hellenistische godinnen de overgang van de Bronstijd naar de IJzertijd overleefden. De nieuwe volken probeerden ofwel de verering van de godinnen te onderdrukken of hun rollen te verminderen.
