Scylla

Classical

Het zeskoppige monster dat huisde in de Straat van Messina.

Scylla (Σκύλλη) was oorspronkelijk een mooie jonge vrouw die werd bemind door een mindere zeegod genaamd Glaucus. De tovenares Circe was verliefd op Glaucus, maar de zeegod beantwoordde haar liefde niet. In een aanval van jaloezie goot Circe een van haar toverdranken in het water waar Scylla gewoonlijk baadde. Scylla veranderde in een monster met zes lange nekken, met de koppen van lelijke honden.

Volgens Hyginus werd Scylla als monster geboren. Zij was een nakomelinge van Typhon.

Scylla

Scylla
Snijwerk uit Milos, 5e eeuw v.Chr.
British Museum, Londen

Scylla’s schuilplaats bevond zich aan de overzijde van de zeestraat, waar een reusachtige maelstroom, de Charybdis (Χάρυβδις), totale vernietiging bracht aan elk schip dat in de buurt voer.

Aan zowel Scylla als Charybdis ontkomen was vrijwel onmogelijk. Als het schip dicht bij Scylla voer, zouden zeelieden verloren gaan, maar te dicht bij Charybdis varen zou het hele schip doen vergaan.

De Argonauten slaagden er echter wel in om tussen Scylla en Charybdis door te varen dankzij de zeegodin Thetis. Haar echtgenoot Peleus was een van de Argonauten.

In de Odyssee verloor Odysseus zes van zijn mannen aan Scylla toen zijn schip voor het eerst door de zeestraat voer. Een maand later verloor Odysseus zijn hele schip en bemanning toen de goden sterke winden zonden, waardoor zijn schip terugdreef naar de zeestraat. Ditmaal verzwolg Charybdis zijn schip. Odysseus was de enige overlevende.

Het christelijke gezegde “tussen de duivel en de diepe blauwe zee” verwijst feitelijk naar Scylla en Charybdis en is daaruit ontstaan.

Gerelateerde informatie

Naam

Scylla, Σκύλλη.

Gerelateerde artikelen

Aangemaakt:1 juni 2000

Gewijzigd:23 april 2024