Naar de inhoud

Was Sardinië het echte Atlantis?

Door Caleb Howells

Van alle theorieën over Atlantis zijn degene die het ergens in of zeer nabij de Middellandse Zee situeren en het verhaal in de bronstijd plaatsen doorgaans gunstiger voor serieuze geleerden. Een van deze theorieën is de suggestie dat Atlantis geïdentificeerd kan worden met Sardinië, en dat dit het centrum was van een indrukwekkend koninkrijk dat over een groot deel van de centrale Middellandse Zee heerste. In dit artikel onderzoeken we het bewijsmateriaal dat ter ondersteuning van deze theorie wordt aangevoerd en bekijken we of het werkelijk een kritische toets kan doorstaan.

Uitzicht vanaf Sardinië. Foto van Peter Stenzel, CC-BY 2.0
Uitzicht vanaf Sardinië. Foto van Peter Stenzel, CC-BY 2.0

Een overzicht van Sardinië

Sardinië is een eiland in de centrale Middellandse Zee. Het is het op één na grootste eiland van de hele Middellandse Zee; het nabijgelegen eiland Sicilië is het grootste. Het vormt een deel van de westgrens van de Tyrreense Zee, het deel van de Middellandse Zee ten westen van Italië.

Sardinië kijkt dus uit op Zuid-Italië in het oosten en Tunesië aan de Noord-Afrikaanse kust in het zuiden. Direct boven Sardinië, in het noorden, ligt het eiland Corsica. Er bevinden zich diverse andere eilanden in de buurt, de meeste daarvan vrij klein.

Tijdens de bronstijd en een groot deel van de ijzertijd was Sardinië het thuisland van de Nuragische bevolking, een beschaving die op grote schaal handel dreef met volken rondom de hele Middellandse Zee. Uiteindelijk, na de verovering van het eiland door Rome, verdween de Nuragische samenleving geleidelijk.

Argumenten dat Sardinië werkelijk Atlantis was

De theorie dat Sardinië het echte Atlantis was dat Plato beschreef, berust in de eerste plaats op geografische argumenten, al worden er ook maatschappelijke argumenten bij betrokken. Er wordt betoogd dat de interpretatie van Atlantis als Sardinië de meeste zin zou geven aan Plato’s verwijzingen naar Atlantis in verhouding tot andere gebieden en oriëntatiepunten.

Voordat we echter de argumenten voor de vermeende geografische overeenkomst bekijken, willen we eerst een detail onder de loep nemen waarmee voorstanders van deze theorie zich al aan het begin geconfronteerd zien.

In de Atlantische Zee

Op het moment dat hij Atlantis voor het eerst introduceert in de Timaeus, zegt Plato expliciet dat ‘deze macht uit de Atlantische Zee voortkwam’. Deze term wordt vaak verkeerd vertaald als ‘Atlantische Oceaan’, maar Plato gebruikt in werkelijkheid het Griekse woord voor ‘zee’. In elk geval klinkt dit beslist als een verwijzing naar het water dat wij de Atlantische Oceaan noemen, en dat de oude Grieken soms inderdaad een ‘zee’ noemden.

Als Atlantis in de Atlantische Oceaan lag, zou dat uiteraard uitsluiten dat het Sardinië was. Voor dit punt hebben voorstanders van de Sardijnse theorie een aantal interessante verklaringen aangevoerd.

Het meest gegeven argument is dat Plato’s beschrijving van de Atlantische Zee simpelweg niet overeenkomt met de Atlantische Oceaan. In Plato’s verslag van Atlantis laat hij de Egyptische priester zeggen dat de Atlantische Zee vroeger bevaarbaar was, wat impliceert dat dit in zijn tijd niet meer het geval was, en hij noemt als reden dat ze onbevaarbaar was geworden door een modderbank die de doorgang blokkeerde.

Aristoteles, een leerling van Plato, gaf een soortgelijke beschrijving. Hij schreef:

“Buiten de Zuilen van Herakles is de zee ondiep vanwege de modder, maar kalm, want ze ligt in een holte.”

Zonder meer klopt er niets in de beschrijvingen van Plato of Aristoteles met de Atlantische Oceaan. Die is volkomen bevaarbaar en wordt niet afgesloten door een modderbank. Op grond van deze feiten wordt betoogd dat de Atlantische Zee iets anders moet zijn dan de Atlantische Oceaan.

Het westelijke Middellandse Zeegebied

Op grond van de beschrijving van Aristoteles in het bijzonder wordt betoogd dat Plato’s ‘Atlantische Zee’ een relatief klein water moet zijn geweest. Daarom wordt die geïdentificeerd met één specifiek deel van de Middellandse Zee.

Dit argument houdt verband met de ligging van de Atlas bergen. De Atlantische Oceaan ontleende zijn naam, die teruggaat tot vóór Plato, immers aan de Titaan Atlas. Men stelde zich voor dat hij in het verre westen was gesitueerd. Meestal werd hij in Noordwest-Afrika geplaatst. Het grote bergmassief in die hoek van Afrika werd naar hem genoemd, evenals het water direct ten westen daarvan – de Atlantische Oceaan.

Men zou echter gemakkelijk kunnen beargumenteren dat het water direct ten noorden van het Atlasgebergte eveneens de Atlantische Zee had moeten heten – dat wil zeggen, de Zee van Atlas. Aangezien het Atlasgebergte zich over geheel Noordwest-Afrika tot aan Tunesië uitstrekt, is het logisch te betogen dat de hele Middellandse Zee die aan dat gebied grenst de Atlantische Zee had moeten heten.

Op grond van deze feiten luidt het argument dat het hele westelijke Middellandse Zeegebied de ‘Atlantische Zee’ uit Plato’s verslag is. Sardinië en de andere nabijgelegen eilanden lagen dus inderdaad in de ‘Atlantische Zee’.

Voorbij de Zuilen van Herakles

Een ander belangrijk gegeven over de locatie van Atlantis is dat Plato het plaatst ‘voor de Zuilen van Herakles’. De Zuilen van Herakles worden traditioneel bij de Straat van Gibraltar gesitueerd, maar veel onderzoekers betogen dat deze term op veel verschillende locaties rond de Middellandse Zee werd toegepast.

Het bewijs toont inderdaad aan dat de ‘Zuilen van Herakles’ werden gebruikt om grenzen van gebied of activiteit aan te geven. De Straat van Gibraltar was de grens van het gewone Griekse grondgebied, en daarom werd de term voor die locatie gebruikt. Isocrates paste de term toe op de ingang van de Zwarte Zee, in de context van de enigszins andere betekenis van Grieks grondgebied ten tijde van Herakles.

Op grond van deze feiten betogen voorstanders van de Sardijnse theorie dat de Zuilen van Herakles, althans in een bepaalde periode van de Griekse geschiedenis, op een locatie in de centrale Middellandse Zee slaan. Sommigen pleiten voor de Straat van Messina, anderen voor de Straat van Sicilië.

Hoewel er zeer weinig direct bewijs is dat de Zuilen van Herakles in dit gebied werden gesitueerd, is het evident dat de Grieken hun activiteit in de Middellandse Zee geleidelijk uitbreidden. Sommige Griekse kolonies werden al in het midden van de achtste eeuw v.Chr. in Italië ten noorden van de Straat van Messina gesticht, maar het duurde lang voordat ze daar voorbij die zeestraat een stevige voet aan de grond kregen.

Lang domineerden de Carthagers (wier stad omstreeks 760 v.Chr. werd gesticht) het westelijke Middellandse Zeegebied en beletten zij de Grieken vrijelijk te varen en handel te drijven voorbij Sicilië. Het is daarom het meest voor de hand liggend om te concluderen dat de term ‘Zuilen van Herakles’ op een vroeg tijdstip op dit gebied werd toegepast.

De Straat van Messina
Straat van Messina. Foto van Nasa
Straat van Messina. Foto van Nasa

De Straat van Messina in het bijzonder wordt met Herakles in verband gebracht. De monsters Scylla en Charybdis worden al lang (zij het ten onrechte) met de Straat van Messina geassocieerd. Ten minste vanaf de derde eeuw v.Chr., in de geschriften van Lycophron, vinden we de traditie dat Herakles Scylla tijdelijk doodde.

Er bestaat ook een traditie, overgeleverd in Servius’ Commentaar op Vergilius’ Aeneis, dat Herakles een confrontatie had met Charybdis nadat zij probeerde een deel van de ossen te stelen die Herakles net van Geryon had afgenomen.

Interessant genoeg associeert de Griekse mythologie het oprichten van de Zuilen van Herakles doorgaans eveneens met deze expeditie naar het westen om het vee van Geryon te verwerven. Hoewel dit dus wellicht slechts een locatie ergens op de terugreis uit het land van Geryon was, geeft dit enige geloofwaardigheid aan het idee dat de Zuulen van Herakles bij de Straat van Messina werden gesitueerd.

In Strabo’s bespreking van de Zuilen van Herakles verwijst hij naar wat hij beschouwt als de historische praktijk van het oprichten van zuilen om de grenzen van gebied aan te geven. Als eerste voorbeeld noemt hij het feit dat aan weerszijden van de Straat van Messina een toren staat.

Hoewel hij deze torens niet expliciet de Zuilen van Herakles noemt, toont dit wel aan dat volgens sommigen de grenzen van een of ander gebied vertegenwoordigden – precies wat de Zuilen van Herakles geacht werden voor te stellen.

Het is daarom een volstrekt redelijke suggestie dat de Zuilen van Herakles af en toe op de Straat van Messina werden toegepast.

Het domein van Atlantis

Volgens Plato heersten de Atlantiërs over één hoofdeiland, verscheidene andere, en delen van het continent. In een nabije passage noemt Plato dit continent ‘omringend de ware zee’, wat doorgaans wordt opgevat als de zee waarin Atlantis zelf lag.

Direct nadat hij had gezegd dat de Atlantiërs heersten over ‘delen van het continent’, vervolgde hij:

“Voorts hadden de mannen van Atlantis de delen van Libië binnen de Zuilen van Herakles tot aan Egypte onderworpen, en die van Europa tot aan Tyrrhenië.”

Voor de meeste commentatoren suggereert dit dat Libië en Europa (althans de kuststreken) aparte gebieden waren van het continent waarover Atlantis delen regeerde. Met andere woorden, de delen van Europa en Libië waarover Atlantis heerste waren aanvullend grondgebied, niet identiek aan de ‘delen van het continent’ waarover het volgens de beschrijving al heerste.

Een alternatieve verklaring

Er is echter een alternatieve lezing. Het woord ‘voorts’ aan het begin van deze passage is het Griekse woord ‘pro’. Samen met het Griekse woord voor ‘deze’ wordt dit opgevat in de zin van ‘voorbij deze’ – dat wil zeggen, voorbij het net gedefinieerde gebied.

Een van de vele betekenissen van het voorzetsel ‘pro’ is echter ‘wat betreft’, of ‘met betrekking tot’. Het begin van deze passage zou dus ook kunnen betekenen ‘wat betreft deze’ of ‘met betrekking tot deze’. Met andere woorden, deze passage die verklaart dat Atlantis delen van Libië en Europa beheerste, dient dan als uitleg van wat de eerdergenoemde ‘delen van het continent’ werkelijk waren. In plaats van aanvullend grondgebied te beschrijven, verduidelijkte Plato het gebied dat hij zojuist had genoemd.

Indien dit juist is, wordt de betreffende passage zo geïnterpreteerd dat Atlantis een koninkrijk was dat bestond uit één hoofdeiland, verscheidene andere, en delen van Libië en Europa. Aangezien het betreffende continent, of vasteland, geacht werd de zee te omringen, zou dit betekenen dat Atlantis zelf lag in de zee tussen Libië en Europa.

Een beschaving met Sardinië als centrum zou dan volkomen zinvol zijn. Zij kan het geheer hebben over dit hoofdeiland, verscheidene andere in de Tyrreense Zee, samen met delen van Italië en de Noord-Afrikaanse kust direct ten zuiden daarvan.

Bezwaren

Elegant als dit lijkt, is één belangrijk bezwaar het feit dat Plato Atlantis beschrijft als heersend over “de delen van Libië binnen de Zuilen van Herakles tot aan Egypte, en van Europa tot aan Tyrrhenië.” Als de Libische en Europese kusten ‘binnen de Zuilen van Herakles’ lagen, kunnen we de Zuilen van Herakles niet bij de Straat van Messina plaatsen.

Als we de Zuilen van Herakles op die locatie zouden plaatsen, dan zou ‘binnen de Zuilen’, zowel vanuit het perspectief van de Egyptische priester die het verhaal vertelt als van de Grieken die het aanhoorden, betekenen: ten oosten van de Straat van Messina.

Dit zou de interpretatie tegenspreken dat ‘Libië tot aan Egypte en Europa tot aan Tyrrhenië’ verwijst naar de ‘delen van het continent’ die Atlantis beheerste, aangezien dat continent de zee ‘omringde’ waarin Atlantis lag.

Één mogelijke verklaring die misschien net zou kunnen werken, is dat Plato’s verslag alleen ‘Libië tot aan Egypte’ als binnen de Zuilen van Herakles beschouwde, terwijl ‘Europa tot aan Tyrrhenië’ gewoon een andere streek was die zij beheersten, apart van het gebied ‘binnen de Zuilen’. Deze interpretatie gebruikt de traditionelere vertaling van ‘pro’ als ‘voorts’.

Redelijker getallen

Deze theorie interpreteert Plato’s getallen ook als sterk overdreven. Zo zegt de priester in Plato’s verslag dat de oorlog met Atlantis 9000 jaar geleden plaatsvond. Voorstanders van deze theorie wijzen doorgaans op het feit dat sommige oude Griekse historici beweerden dat de Egyptenaren soms ‘jaren’ noemden wat in werkelijkheid maanden waren.

Met dit in gedachten zouden de 9000 ‘jaren’ worden teruggebracht tot slechts 750 jaar. Vanuit de tijd van Solon brengt ons dat naar de late bronstijd. De rest van Plato’s verslag is volledig consistent met die periode.

De getallen voor de grootte van Atlantis worden meestal verklaard als algemene overdrijvingen, of als het gevolg van een vertienvoudigingsfout waarbij alle cijfers in de honderden werden veranderd in cijfers in de duizenden.

In verband daarmee wordt de uitspraak dat Atlantis ‘groter was dan Libië en Azië samen’ opgevat in de zin van macht, niet van geografische omvang.

De Nuragische cultuur

Romeïnen van de Nuragische beschaving op Sardinië. Foto van Rolf Dietrich Brecher, CC-BY 2.0
Romeïnen van de Nuragische beschaving op Sardinië. Foto van Rolf Dietrich Brecher, CC-BY 2.0

Nu we hebben bekeken hoe de geografie van Plato’s beschrijving lijkt te passen bij de ligging en omgeving van Sardinië, willen we de beschaving bekijken die dit gebied bewoonde.

Sardinië werd in de bronstijd bewoond door de Nuragische beschaving. Deze beschaving dook rond 1800 v.Chr. voor het eerst op. Hun naam komt van hun gewoonte om ronde stenen torens te bouwen, nuraghe genoemd. Er staan er letterlijk duizenden verspreid over heel Sardinië.

Een maritieme handelsbeschaving

Hoewel mysterieus vanwege het ontbreken van geschreven bronnen, hadden de Nuragische bewoners een indrukwekkende en rijke samenleving. Zij behoorden tot de belangrijkste producenten van metalen in de Middellandse Zee tijdens de bronstijd. Zij handelden in metalen met culturen van heinde en verre, waaronder het Myceense Griekenland, Kreta, Cyprus en het Iberisch Schiereiland.

Plato beschrijft Atlantis als een centrum van internationale handel. Hij beschrijft hoe mensen uit de hele bekende wereld naar hen toe kwamen. De dokken en havens van Atlantis wemelden van de schepen en handelaren.

Deze beschrijving is wellicht een match voor Sardinië in de bronstijd. Het was zeker een bekend, veelbezocht en belangrijk eiland in de bronstijd.

Een Sardijns rijk

Er is enig, zij het beperkt, bewijs dat de Nuragische bevolking een zekere invloed uitoefende op naburige gebieden. Zo lijken de torri op Corsica sterk op de Sardijnse nuraghe, wat sommige onderzoekers doet vermoeden dat Corsica deel uitmaakte van een Sardijns koninkrijk uit de bronstijd.

Ook de talaiots op Menorca en Mallorca ten westen van Sardinië vertonen sterke overeenkomsten met de nuraghe, wat sommigen ertoe brengt te suggereren dat deze eilanden eveneens onder controle stonden van de Nuragische bevolking van Sardinië.

Culturele invloed is ook op het Italiaanse vasteland zichtbaar. Zo produceerden de Nuragische bewoners onder andere bronzen beeldjes. Deze zijn in Zuid- en Midden-Italië aangetroffen.

Aangezien Plato Atlantis beschrijft als heersend over meerdere eilanden, kan het bewijs van culturele verspreiding van Sardinië naar Corsica, Menorca en Mallorca worden geïnterpreteerd als consistent daarmee.

Het bewijs van culturele verspreiding tot in Zuid- en Midden-Italië wordt geïnterpreteerd als consistent met Plato’s beschrijving van Atlantis dat delen van het continent bezat. Het ‘continent’ is, volgens ten minste één versie van deze theorie, gewoon het Italiaanse vasteland.

Religie

Er is niet veel bekend over de religie van de Nuragische bevolking. Uit de sporen die zij achterlieten blijkt echter duidelijk dat zij de stier aanbaden. Er zijn diverse beeldjes van stieren of half-menselijke, half-stier wezens gevonden.

Het lijkt erop dat zij de zon als een stier aanbaden. Sommige van hun megalithische graven werden specifiek zo gemaakt dat ze de omtrek van een stierenkop hadden. Het is dus duidelijk dat de stier zeer belangrijk was in hun religie, ook al kennen we de details daarvan niet.

Plato beschrijft, beroemd, de bewoners van Atlantis als beoefenaars van stierenaanbidding. In de tempel van Poseidon zouden zij stieren vrij hebben laten rondlopen. De stieren zouden zonder wapens worden gejaagd en gevangen.

Daarna werden de stieren naar een speciale ruimte binnen de tempel gebracht, waarin zich een heilige zuil bevond. De stieren zouden boven de zuil worden geslacht, vermoedelijk als offer aan Poseidon.

Hoewel geen van deze specifieke details met Sardinië in overeenstemming te brengen zijn, is het basale feit dat stierenaanbidding op dat eiland voorkwam een opvallende overeenkomst.

Het verband met Noord-Afrika

Iets dat vaak als bezwaar tegen Atlantistheorieën wordt aangevoerd, is het feit dat Plato zegt dat er olifanten op Atlantis waren. Hij zegt zelfs dat er ‘een groot aantal’ van hen op het eiland was. Als deze uitspraak wordt geaccepteerd, beperkt dit de mogelijke locaties die als Atlantis kunnen worden geïdentificeerd aanzienlijk.

Natuurlijk waren er in de bronstijd geen olifanten op Sardinië. De Sardijnse theorie omzeilt dit door Plato’s beschrijvingen van Atlantis op te vatten als verwijzingen naar verschillende locaties binnen het grotere Atlantische koninkrijk.

In lijn met Plato’s bewering dat Atlantis delen van Noord-Afrika beheerste, postuleert de theorie dat de olifanten van Atlantis gewoon de olifanten van die streek waren, zoals die van Tunesië in het bijzonder. Volgens deze opvatting zijn er nooit olifanten op Sardinië zelf geweest.

Op vergelijkbare wijze wordt Plato’s verwijzing naar twee oogsten op Atlantis opgevat als een verwijzing naar de streek Tunesië. Strabo meldde dat de bevolking van een deel van Noord-Afrika twee oogsten per jaar binnenhaalde.

De Atlantische oorlog

Wat dan met de oorlog tegen de Grieken? Dat is immers het hele punt van het Atlantisverhaal in de Timaeus en de Critias. Is er enig bewijs van een oorlog tussen de Nuragische bevolking van Sardinië en de Myceense Grieken?

Het korte antwoord is: nee, dat is er niet. Voorstanders van deze theorie richten zich echter op het feit dat de Atlantiërs naar verluidt oorlog voerden tegen meer dan alleen Griekenland. Plato’s verslag bevat immers de volgende uitspraken:

“Deze enorme macht, verenigd tot één, trachtte in één klap ons land [Egypte] en het uwe [Griekenland] en de hele streek binnen de zeestraten te onderwerpen; en toen, Solon, blonk uw land uit… En toen de rest zich van haar afkeerde [Athene], gedwongen alleen te staan, nadat zij het uiterste gevaar had doorstaan, versloeg zij de indringers en triomfeerde over hen, en redde van de slavernij hen die nog niet onderworpen waren, en bevrijde edelmoedig ons allen die binnen de zuilen wonen.”

De Atlantische oorlog was dus niet slechts een conflict met Griekenland. Atlantis trachtte veeleer de hele streek binnen de Zuilen van Herakles te onderwerpen, Egypte inbegrepen. Volgens deze theorie zou dat het hele oostelijke Middellandse Zeegebied betekenen.

de Zeevolken
Afbeelding van de Sherden, een van de Zeevolken, zoals afgebeeld op de tempel van Medinet Habu uit de tijd van Ramesses III
Afbeelding van de Sherden, een van de Zeevolken, zoals afgebeeld op de tempel van Medinet Habu uit de tijd van Ramesses III

Aangezien deze theorie uitgaat van het inzicht dat de 9000 ‘jaren’ in werkelijkheid maanden waren, zou dit de oorlog met Atlantis in de late bronstijd plaatsen. Het idee van een oorlog tussen Egypte en een natie uit het westen in de late bronstijd lijkt bevestiging te vinden in de verslagen over de Zeevolken.

Van de tijd van Ramesses II in het vroege deel van de dertiende eeuw v.Chr. tot Ramesses III in de twaalfde eeuw v.Chr. kende Egypte een onrustige periode waarin het regelmatig werd aangevallen door plunderaars van zee. Deze volken zijn collectief bekend als de Zeevolken. Een van de meest prominente van deze volken waren de Sherden (ook wel ‘Shardana’ genoemd).

Op grond van hun naam wordt al lang door veel historici aangenomen dat deze plunderaars uit Sardinië kwamen. Dit is nog steeds een populair standpunt, al is het verre van universeel aanvaard. Desondanks beweren sommige archeologen dat Egyptische afbeeldingen van de helmen die de Sherden droegen overeenkomen met helmen die van de Nuragische cultuur op Sardinië zijn gevonden.

Traditioneel wordt aangenomen dat de Zeevolken in deze periode ook vele kusten van het oostelijke Middellandse Zeegebied plunderden, waaronder Griekenland zelf, wat wellicht bijdroeg aan de ondergang van de Myceense beschaving.

Egyptische verslagen van de oorlog met de Sherden

Een inscriptie uit de tijd van Ramesses II geeft een beschrijving van de Sherden die zeer verleidelijk met de Atlantiërs in verband te brengen is. Ze luidt:

“De onhandelbare Sherden die niemand ooit had weten te bestrijden, kwamen stoutmoedig aanzeilend in hun oorlogsschepen uit het midden van de zee, zonder dat iemand hen kon weerstaan.”

De beschrijving van de Sherden die uit ‘het midden van de zee’ kwamen is typerend voor Atlantis. Het feit dat niemand hen ‘kon weerstaan’ is consistent met de macht van het rijk Atlantis zoals dat in Plato’s verslag wordt geschetst.

Natuurlijk slaagden de Sherden er niet in Egypte te verslaan. Hoewel zij de Egyptenaren daarna nog een eeuw lang lastig bleven vallen, versloeg Ramesses III hen in de beroemde Slag bij de Delta, die plaatsvond rond 1175 v.Chr. Hij stond hen vervolgens toe zich in het zuiden van Kanaän te vestigen. Dus, net als in het verhaal van Atlantis, werden de bewoners van Sardinië uiteindelijk verslagen.

De ondergang van Atlantis

Wat de ondergang van Atlantis betreft, berust deze op omstredener bewijs. Het gaat om de theorie dat een tsunami de zuidkust van Sardinië trof en Campidano, een laaggelegen vlakte, deed overstromen. Deze vlakte is ongeveer 30 kilometer breed en 110 kilometer lang. Ze is bedekt met grote hoeveelheden sediment die daar blijkbaar door waterwerking zijn afgezet.

Eén specifieke nuragh, of toren, krijgt in dit verband bijzondere aandacht. Naar verluidt moesten de archeologen die hem opgroeven zich door 14 meter opgedroogde modder heen graven om hem bloot te leggen.

Sommige theoretici gaan zelfs zo ver te betogen dat deze hypothetische tsunami werd veroorzaakt door een komeet die in de Middellandse Zee crashte. Om een reden die moeilijk te achterhalen is, wordt deze hypothetische tsunami gedateerd in de twaalfde eeuw v.Chr. De enige voor de hand liggende grondslag voor deze datering is dat vele nuraghe rond 1150 v.Chr. werden verlaten, wat consistent is met de beschaving die in die tijd een grote tegenslag ondervond.

Bezwaren tegen deze theorie

Ongetwijfeld is deze theorie veel beter dan vele andere theorieën over Atlantis. Toch kleven er, ondanks het schijnbaar sterke bewijs in het voordeel ervan, enkele ernstige problemen aan.

De afwezigheid van de modderbank

Één probleem is dat deze theorie geen redelijke verklaring kan bieden voor het gegeven dat de ‘Atlantische Zee’ niet langer bevaarbaar zou zijn. Zonder meer is de zee rondom Sardinië volkomen bevaarbaar.

Als men de Atlantische Zee simpelweg opvat als de zee ten noorden van het Atlasgebergte, dan is dit inconsistent met Plato’s verslag, waarin staat dat de Atlantische Zee niet langer bevaarbaar was vanwege een modderbank die de weg versperde, veroorzaakt door het zinken van het eiland.

Het probleem van de geografie

Deze theorie beweert dat Plato’s beschrijving van het domein van Atlantis perfect aansluit bij Sardinië en de omliggende regio wanneer de Zuilen van Herakles bij de Straat van Messina worden geplaatst. In werkelijkheid is dat niet het geval.

Zoals we eerder zagen, is de basale beschrijving van het domein van Atlantis dat Atlantis:

“heerste over het hele eiland en verscheidene andere, en over delen van het continent, en voorts hadden de mannen van Atlantis de delen van Libië binnen de Zuilen van Herakles tot aan Egypte onderworpen, en die van Europa tot aan Tyrrhenië.”

Het probleem is dat ‘Europa tot aan Tyrrhenië’ volgens deze theorie buiten de Zuilen van Herakles zou liggen. De eerder genoemde suggestie dat alleen ‘Libië tot aan Egypte’ binnen de Zuilen van Herakles zou liggen, werkt niet, omdat zowel de verwijzing naar Libië als die naar Europa wordt voorafgegaan door ‘voorts’.

Dit betekent dat die delen van Libië en Europa beide onderscheiden waren van de ‘delen van het continent’ die Atlantis bezat. Volgens de geografie van deze theorie zou ‘Europa tot aan Tyrrhenië’ echter bij die verwijzing naar ‘delen van het continent’ moeten worden ingedeeld.

Als we ‘voorts’ daarentegen vertalen als ‘wat betreft deze’, dan zouden we zowel de verwijzing naar Libië als die naar Europa moeten opvatten als de ‘delen van het continent’ die de zee omringden waarin Atlantis lag. Libië tot aan Egypte strekt zich echter duidelijk ver uit voorbij de Straat van Messina, en dus ver buiten de zee waarin Atlantis volgens deze theorie lag.

Plato’s verslag stelt bovendien de zee binnen de Zuilen van Herakles tegenover de ‘ware zee’ die door het continent werd omringd, en noemt de eerste daarnaast een louter ‘haven’. Volgens deze theorie zou dat het oostelijke Middellandse Zeegebied zijn, tegenover het westelijke. Het oostelijke Middellandse Zeegebied is echter bij geen enkele redelijke interpretatie een louter ‘haven’ vergeleken met zijn westelijke tegenhanger.

Deze theorie is dus simpelweg niet consistent met de beschrijving die Plato geeft van de geografie van Atlantis en zijn domein.

De afwezige Poseidontempel

Romeïnen van de Nuragische beschaving nabij Buddusò, Sardinië. Foto van Phil Venditti, CC-BY 2.0
Romeïnen van de Nuragische beschaving nabij Buddusò, Sardinië. Foto van Phil Venditti, CC-BY 2.0

In Plato’s verslag krijgt de tempel van Poseidon aanzienlijke aandacht. Het zou een tempel zijn geweest die was gewijd aan de oppergod van de Atlantiërs, en er zouden indrukwekkende, groter-dan-leven beelden in de omgeving hebben gestaan. Toch is daar binnen de Nuragische beschaving op Sardinië geen spoor van terug te vinden.

Hoewel het klopt dat de Nuragische bevolking de stier aanbad, is dit op zichzelf geen sterk verband, aangezien stierenaanbidding wijdverbreid was over de hele Middellandse Zee.

Een totaal andere oorlog

Wat te denken van het argument dat de oorlog met Atlantis in verband kan worden gebracht met de oorlog tegen de Zeevolken? Hoewel dit aanvankelijk aantrekkelijk lijkt, kleven er ernstige problemen aan.

Chronologische problemen

Om te beginnen klopt de chronologie niet helemaal. Deze theorie berust op de interpretatie van de ‘9000 jaar’ als maanden, wat neerkomt op 750 jaar. Vanuit de tijd van Solon in 590 v.Chr. brengt ons dat terug naar ongeveer 1340 v.Chr. Op grond van de argumenten die deze theorie aanvoert, is dat wanneer de oorlog met Atlantis zou hebben plaatsgevonden.

Er zijn echter geen verslagen van de Sherden, of van enige andere Zeevolken, die Egypte zo vroeg lastigvielen. Het is mogelijk dat de Sherden in drie van de Amarna-brieven worden genoemd, maar ze worden daar niet als aanvallers genoemd.

Als agressors duiken ze niet eerder op dan rond 1280 v.Chr., en zo blijven ze functioneren tot hun nederlaag tegen Ramesses III bijna exact een eeuw later. Hoewel dit er niet ver vanaf ligt, komt de geschatte tijd van de oorlog volgens de interpretatie van deze theorie van Plato’s verslag niet nauwkeurig overeen met deze historische feiten.

Bondgenootschappen met de Grieken

Een groter probleem bij de identificatie van de Atlantische oorlog met de aanval van de Zeevolken is dat ook de Grieken zelf een van de Zeevolken lijken te zijn geweest. Tijdens de Slag bij de Delta verschijnen de Denyen bijvoorbeeld samen met de Sherden. De Denyen worden doorgaans opgevat als de Danaërs, een van de namen voor de Grieken.

Het is ook mogelijk dat het volk dat de Ekwesh werd genoemd een andere groep Grieken was, die samen met de Sherden in sommige van de oudste verwijzingen naar de Zeevolken wordt genoemd.

Hoe dan ook, het bewijs lijkt duidelijk: de Sherden vielen Egypte aan samen met de Grieken. In Plato’s vertelling over Atlantis stonden de Grieken en de Egyptenaren echter aan dezelfde kant, strijdend tegen Atlantis. Dit is een fundamenteel verschil tussen de twee scenario’s. In tegenstelling tot de populaire suggestie is er geen grond voor het idee dat de Zeevolken bijdroegen aan de ondergang van de Myceense beschaving.

Een andere overwinnaar

Een ander fundamenteel verschil tussen de twee scenario’s is de vraag wie de overwinnaar was. Volgens Plato’s verslag van Atlantis was Griekenland de overwinnaar. De Egyptische priester in Plato’s verslag vertelt Solon zelfs dat Athene erin slaagde Atlantis te verslaan ‘nadat de rest zich van haar had afgekeerd’ – dat wil zeggen, nadat de andere volken binnen de Zuilen van Herakles al van de oorlog hadden afgezien.

Volledig in tegenstelling tot Athene dat Atlantis in zijn eentje versloeg, werden de Zeevolken (inclusief de Sherden) door de Egyptenaren verslagen in de Slag bij de Delta.

In werkelijkheid delen de legendarische oorlog met Atlantis en de historische oorlog tegen de Zeevolken dus helemaal geen noemenswaardige overeenkomsten. Nu dit vermeende verband van tafel is, blijft er geen enkel bewijs over ter ondersteuning van de Atlantische oorlog in de context van de Sardijnse theorie.

De niet-bestaande tsunami

Ten slotte, wat te denken van het idee dat Sardinië vanuit het zuiden werd getroffen door een enorme tsunami, wat leidde tot de legende van Atlantis dat in de diepten van de zee verdween?

Het vermeende bewijs hiervoor is door de wetenschappelijke gemeenschap breed verworpen. Om duidelijk te zijn: er is bewijs van sedimentaire afzettingen in Campidano die er evident door waterwerking zijn neergelegd. Dit betekent echter niet dat er een tsunami heeft plaatsgevonden.

Één wetenschappelijk artikel uit 2002 verwees naar de 600 meter ‘fluvio-deltaïsche’ sedimenten die daar waren afgezet. Deze uitdrukking, ‘fluvio-deltaïsch’, verwijst naar de delta van een rivier. Aangezien Campidano een vlakte nabij de zee is, is het geen verrassing dat er sedimentaire afzettingen zijn neergelegd door rivieren die naar zee stromen. De datering van de afzetting van deze grote hoeveelheid sediment wordt opgegeven als ongeveer 2 miljoen jaar geleden, lang vóór enig mogelijk verband met Atlantis.

Wat de nuragh betreft die naar verluidt onder een enorme laag opgedroogde modder werd gevonden, weerlegt het archeologische bewijs volledig de notie dat dit door een aardbeving zou zijn veroorzaakt. In werkelijkheid tonen de archeologische gegevens een opeenvolging van verschillende lagen menselijke activiteit door de hele diepte van deze ‘modder’, waaronder activiteit die dateert uit de Middeleeuwen, de Romeinse keizertijd, de Romeinse Republiek, de Fenicische periode en de late Nuragische periode.

Daar kan geen twijfel over bestaan; deze ‘modder’ werd in de loop van ruim 1000 jaar afgezet en hing samen met de normale processen waardoor structuren door aarde worden bedekt.

Conclusies

Alles overziend is het duidelijk dat deze theorie over Sardinië veel beter is dan vele andere theorieën over Atlantis. Ze betreft een eiland dat in de bronstijd werkelijk het centrum was van een rijke en wijdvertakte maritieme beschaving. Wanneer het bewijs echter nauwkeurig wordt onderzocht, houdt veel ervan simpelweg geen stand. In het bijzonder is er geen bewijs voor een oorlog tussen de Sardijnen en de Grieken, en evenmin voor enige noemenswaardige overstroming van Sardinië, ondanks de beweringen van de voorstanders van deze theorie. Hoewel deze theorie in heel basale zin past bij het profiel van Atlantis, zijn er geen specifieke overeenkomsten die het verband tussen de twee rechtvaardigen.

Bronnen

Emanual, Jeffrey, Sherden from the Sea: The Arrival, Integration, and Acculturation of a Sea People, 2013

https://pierluigimontalbano.blogspot.com/2014/04/uno-tsunami-cancello-la-civilta-nuragica.html

https://www.theoi.com/Pontios/Skylla.html

https://www.theoi.com/Pontios/Kharybdis.html

https://sourcebooks.fordham.edu/ancient/anc-nafrica.asp

https://bmcr.brynmawr.edu/2020/2020.04.15/

https://atlantipedia.ie/samples/strait-of-messina/

https://atlantipedia.ie/samples/sardinia-amended/

https://sardiniarevealed.com/is-sardinia-atlantis/

https://www.theguardian.com/science/2015/aug/15/bronze-age-sardinia-archaeology-atlantis

Door Caleb Howells

Gepubliceerd